Archief voor november, 2011

In de gewaardeerde samenwerking met onze filler-fanaat, Ief (www.discardthiscard.tk)

Ief: Pieter-jan beste kerel, lang geleden. Hoe gaat het met je?

Peke: Maar minnetjes, Ief-Jan, beste kerel…  Deze week maar twee nieuwe fabriekjes gekocht. Ik heb het rustig aan gedaan.  En jij, hoe heb jij deze week de crisis een loer gedraaid?

Ief: Twee fabriekjes maar, kerel, brengen ze iets op? O ja, by the way… dat Platenfirmaatje van jou heb ik opgekocht. Je krijgt er een schattig Bakkerijtje voor in de plaats.

Peke: Werkelijk?  Goed zo, beste kerel!  Dat zal mooi staan naast mijn Slagerijtje en mijn Melkfabriekje.  Dringend nog eens wat bouwgrondjes opkopen om mijn fabriekjes van volgende week op te zetten…  Trouwens, hoe is het nog afgelopen met die staking in die Zagerij van jou?

Ief: Geen probleem man, er is maar 1 manier om die handel de kop in te drukken. Alle 2000 man gewoon op straat gezet. Gewoon heel de handel weg gedaan. Ik heb in de plaats een nieuwe gekocht. Iets duurder wel, maar het brengt teminste wat op. Zeg P.J. dat kleine jachtje van jou… Ligt het al te roesten in de haven? 

Peke: Tuurlijk, man.  Maar dat is toch gewoon geen probleem!  Even ervoor gezorgd dat verroeste jachten weer hip zijn en hopla!  Verdubbeld in waarde!

Ief: Wacht eens even P.J. Jij bent bijna binnen, even mijn connecties bij de bank verwittigen dat ze jou rekeningen bevriezen.

Ziehier, mijn beste Forbes-aanhangers. De essentie van ‘Friesematenten’, een ver neefje van ‘Funkenschlag’/’Hoogspanning’.  Deze snelle filler biedt duidelijk alles om de financiële crisis even te vergeten.  Maar is alles in dit spel wel risicoloze rozegeur en monetaire maneschijn?

Het verhaal:

Stel u zich voor dat u aan tafel in de Lions Club zit. Er wordt gepronkt met dure horloges, gestoeft over immobiliën. Maar er sluimert nijd en jaloezie aan tafel. Om voor eens en altijd uit te maken wie nu het rijkst is word een wedstrijd georganiseerd. Wie het eerst 40…  40 wat eigenlijk?  Veertig waar het om draait in het leven van de zakenman, natuurlijk!  Status!  Geld!  Macht!  Vrouwen!  Graden aan de Cote d’Azur!   En daar moet je er dus 40 van halen…

Het spel:

Gemakkelijkshalve zijn die veertig dingen (waar het om draait in het… u weet het wel) in dit spel voorgesteld door overwinningspunten.  En om die te behalen mogen (zoals in het echte zakenleven) alle smerige trukjes bovengehaald worden. Je kan ervoor zorgen dat je concurrenten minder geld ontvangen, er een staking uitbreekt of dat ze gewoon een fabriek kwijt raken.

Maar je hoeft de andere niet te pesten – al blijft het natuurlijk steeds leuk om het gezicht van je concurrenten te zien wanneer jij jouw goedkoopste fabriekje ruilt tegen hun duurste.  Maar je kan ook gewoon je eigen imperium uitbouwen – al dan niet met vuile trukjes, ja.  De waarde van je fabrieken verdubbelen, kortingskaarten om iets te kopen…  Of je gewoon concentreren op de nutteloze prullaria waar het rijke volkje graag te koop mee loopt…  Een dure horloge, een diamanten tiara, een sportwagen, grootgrondbezit, gouden fabrieken, een haarlok van Elvis,… de gewone dingen des levens, dus.  Die leveren natuurlijk ook overwinningspunten op.

Er zijn dus 4 soorten kaarten. Fabrieken worden vooral gebruikt om geld te verkrijgen.  Spelers mogen niet meer dan 3 fabrieken bezitten (‘Funkenschlag’/’Hoogspanning’, weet je nog?)  Prestigekaarten zijn dan weer – zoals de naam het al zegt – de grootste bron van punten, maar leveren geen geld op.  Deze kunnen gaan van een platencollectie tot de bal uit de finale van het Wereldkampioenschap ’74 (het blijft een Duits spel…). (Be)Invloedkaarten worden dan weer aan andere kaarten of bij personen gelegd.  Eigenlijk vooral positieve dingen voor jezelf.  En tenslotte zijn er nog de kaarten voor de pestkop in ieder van ons.  Maar in het harde zakenleven kan je niet overleven zonder je concurrenten af en toe te grazen te nemen.  Hiervoor dienen de Aktiekaarten.  Deze kunnen op vastgestelde momenten in het spel gespeeld worden en dienen dus vooral om tegen te werken.  Fabrieken saboteren, geld aftroggelen, inkomsten van de tegenstander verminderen…  Kortom, de betere trukjes uit de business-wereld.

Zo, hebben we nu alle kaarten besproken?  En hoe kunnen we deze nu aanwenden om zoveel mogelijk geld en overwinningspunten binnen te halen?

Steeds als de markt aangevuld wordt, kan een ronde echt beginnen.  Eerst mag je dan je tegenstander al wat murw proberen te krijgen met het spelen van Aktiekaarten en/of Invloedkaarten, zodat je ze precies hebt waar je ze hebben wilt, voor het echt zware werk begint (zonder geld, zonder plaats, zonder taktiek of inspiratie…)  Dan begint het echte werk: de kaarten in de markt worden te koop aangeboden.  Iedere grootgeldbezitter (of kleingeldbezitter, wat dat betreft…) mag bieden op de kaarten in de markt, om de beurt en kaart voor kaart.  Spelers bieden tegen elkaar op, tot er één overblijft.  Deze wint de kaart en mag die onmiddellijk spelen.  Een Fabriekskaart mag afgelegd worden (als er plaats is – anders moet er een oude fabriek afgebroken worden om plaats te maken), hetzelfde geld voor een Prestigekaart, deze wordt aan de rechterkant van je fabrieken gelegd.  Een Aktiekaart en/of Invloedkaart mag indien mogelijk onmiddellijk gespeeld worden, maar als je ze voor later wilt bewaren, wordt ze aan de linkerkant van je fabrieken gelegd.

Elke beurt komen dus deze 4 fasen aan bod:

  • Restock: De markt wordt aangevuld tot er precies 3 kaarten meer liggen dan er spelers zijn.
  • Aktie- & Invloedkaarten spelen: iedere speler mag aktie en invloedkaarten spelen zoveel hij wil.
  • Auction: De verschillende kaarten worden geveild.  Hij/zij die de laatste kaart heeft gewonnen begint steeds een nieuwe veiling.
  • Inkomsten: Ka-tsjing!  Ieder krijgt £30 basisinkomen + de som van de productiewaarden van zijn fabrieken.

En een nieuwe ronde begint!  Als iemand 40 overwinningspunten heeft na de veilingsronde of de trekstapel is voor een tweede keer uitgeput dan is het spel afgelopen.

De meerwaarde: 

Als je houdt van de auction-fase uit Funkenschlag/Hoogspanning, maar dan met een zeer humoristische inslag, of als je die zogezegde economische crisis nu eens even onder de mat wil vegen, dan is dit iets voor jou.  Nu kan je zelf de financiele beurs-tycoon zijn en je tegenstander volledig bankroet spelen.  Take that, crisis!

En dus… 

‘Friesematenten’ is weer zo’n een leuk en luchtig vullertje om een spelavond op te starten of af te sluiten.  De kaarten zijn leuk vormgegeven en na 5 minuten uitleg kan je er zo aan beginnen (our kind of games!).  Om met de woorden van Ief, onze filler-fan af te sluiten: “Friedemann Friesse heeft bij deze niet echt een hoofdvogel afgeschoten maar toch een serieus pimpelmeesje!”

Enige nadeel is dat het voorlopig enkel in het Duits is te vinden.  Ofwel paste-ups gebruiken of gewoon even je beste Deutsch bovenhalen…  Jawohl, ganz toll!

naam: ‘Friesematenten’
designer: Friedemann Friese
uitgeverij: Amigo
jaar: 2010
aantal spelers: 2 tot 4
tijd: 45 min

Spel 2011, een mijmering

Geplaatst: 29 november 2011 in small talk
Tags:,

In deze tijd van het jaar is het meest gebruikte woord ‘uitkijken’…  Zo begin december begint het te kriebelen:  uitkijken naar de Sint, uitkijken naar Kerst, uitkijken naar oud en nieuw en uiteraard uitkijken op de openbare weg – want het is weer zo vroeg donker.

Maar voor mij begint dat eigenlijk al een beetje vroeger.  Want bij de Grote Drie Eindejaarsfeesten (Sint, Kerst en Nieuwjaar), mag voor mij dit jaar toch wel ‘Spel’ bijkomen, de jaarlijkse gezelschapspelenbeurs in Broechem (B).  Volgens onze eurogamer (en wielerfanaat) zal ook de Wielerzesdaagse van Gent bij de Grote Drie horen, en daar kan ik hem dan geen ongelijk in geven…  Maar ik dwaal af.

Ik heb dus een hele lange tijd uitgekeken naar het voorbije weekend.  Door omstandigheden kon ik alleen zondagochtend gaan, maar we zouden er het beste van maken…

Zondagochtend, 20 voor 10.  Goed op tijd aangekomen, om al dadelijk achteraan een lange rij te mogen gaan staan voor de inkom – en de deuren gaan pas om 10 uur open.  Enkele tientallen mensen achter mij kan ik ook nog het kopje zien van Ief, de filler-fan van ons spellenkransje.  Gelukkig gaat het, eens het startschot gegeven is, goed vooruit en enkele minuten later staan we beiden al binnen.  Er was ons gezegd om niemand te ontzien en eerst richting Adriaensen Speciaalzaak te stormen, want het kon daar wel eens druk worden.  Zo gezegd, zo gedaan, om aan te komen in…  een lege winkel.  Viel dat even mee.

Overigens een algemeen gehoorde trend is dat Spel uit zijn voegen aan het barsten is, dat de winkels overvol zaten en er nooit ergens een tafel vrij was.  Dat kan allemaal wel zijn, maar blijkbaar niet op zondagochtend…  Lang leven de uitslapende bordspeler!  Dus, een gouden tip: kom zondagochtend…  Of liever, doe dat niet, want dan is het op die moment weer te druk.  Blijf thuis!  Blijf thuis!

Na ons hartje dus al goed opgehaald te hebben hier en in de tweedehands-zaal, was het tijd voor waar deze beurs echt om draait – gezelschapSPELEN (het is tenslotte niet gezelschapKOPEN – waar ik mij wel eens aan bezondig…).  En hier maak ik al meteen mijn grote nieuwjaarsbelofte voor volgend jaar: maak – meer – tijd – vrij!  Forum, de organisatie, had voor meer dan voldoende demo- en andere tafels gezorgd, met alle recente spelen, sommige vers van Spiel Essen op de tafel beland.  Rond elke tafel liepen er dan nog eens meer dan genoeg medewerkers rond voor een woordje uitleg…  Maar jammer genoeg had ik dus geen tijd om elk spel op mijn verlanglijstje mee te spelen (dan had ik er nu nog gezeten), maar hier en daar heb ik een persoonlijke speluitleg kunnen meepikken (Tournay, 7 Wonders,…) en die smaakten alvast naar meer!

Ik kijk alvast uit naar volgend jaar…

Oh ja, voor de liefhebbers… de (niet zó overdreven) buit: Famiglia, Het Verboden Eiland, Pinguïn, King Of Tokyo en Clans

Aan allen die op het einde denken dat ik de verkeerde titel boven deze review heb geschreven, wil ik nu al zeggen: u vergist zich.

Maar ik ga niet ontkennen dat ‘La Città’ toch wel heel veel weg heeft van ‘Civilization’ – en dan bedoel ik niet het bordspel (dat ik – misschien tot mijn schande – nog nooit gespeeld heb), maar het het allereerste computerspel uit 1991.  Toen de spelregels uitgelegd werden, leek het mij of ik naar een ander spel stond te luisteren.  Je stad mag niet boven de vijf inwoners groeien als je geen markt hebt, en niet boven de acht inwoners als je geen badhuis hebt…  Je moet steeds graan hebben om al je inwoners eten te geven en om een nieuwe stad te bouwen moet je een inwoner uit één van je andere steden uitsturen.

Klinkt bekend?  Voor mij in ieder geval wel, maar ik heb ‘Civilization’ dan ook ontelbare uren gespeeld.  Menig nacht is lang geleden zo ongemerkt aan mij voorbij gegaan.

Conclusie: een goedkope rip-off van een ander spel?  Toch niet helemaal, lees maar eens verder in… de review!

Het verhaal:

In het Italië van de Middeleeuwen moet je een stad uitbouwen.  Dit hoogst originele concept – volgens één van onze medespelers toch (let op de sarcastische ondertoon) – doe je uiteraard niet alleen, concurrenten bevinden zich in de buurt en proberen de burgers van jou stad te lokken met net-iets-interessantere levensvoorwaarden.  Voor één keer is de Stem van het Volk wel belangrijk, nu moeten we alleen nog maar hopen dat we goed geluisterd hebben…

Het spel:

Iedere speler begint met 2 castello’s op een grote landkaart.  Dit zullen de centra worden van je steden.  Op de landkaart liggen ook nog voorraadgebieden: meren, die zorgen voor water (uiteraard) en graanvelden, die zorgen voor, euh, graan.  Er zijn ook bergen, die zorgen voor goud (Catan, iemand?).

Hoe kan je jouw steden nu uitbouwen?  Wel, elk jaar (er zijn er zes in een spel) heeft iedere speler 5 acties.  Die acties kunnen ondermeer inhouden dat je geld neemt, of een nieuwe stad sticht door een nieuw castello op de landkaart te leggen.  Of je kan ook één van je steden uitbreiden door er een gebouw aan toe te voegen.  Kleine gebouwen kan je gratis bouwen, voor middelgrote en grote gebouwen moet je betalen.  Een actie kan ook zijn dat je één van de aangeboden politieke kaarten neemt.  Hiermee kan je gebouwen goedkoper neerzetten, of eens gaan piepen bij de Stem van het Volk, of extra voedsel verzamelen.

Waarom zou je nu gebouwen neerzetten?  Wat is er mis met een gezellig, klein dorpje in de groene heuvels van Italië?  Moet alles weer groot, groter , grootst?  Ja dus, want anders zou je stad wel eens snel leeg, lege, leegst kunnen zijn.

Elk gebouw dat je neerzet, draagt immers bij tot de aantrekkingskracht van je stad.  Bepaalde gebouwen dragen bij tot Cultuur, anderen dragen bij tot Scholing en weer anderen dragen bij tot Gezondheid.  Kleine gebouwen dragen één aantrekkingspunt bij, middelgrote gebouwen twee punten en grote gebouwen, drie aantrekkingspunten.  En als iedere speler zijn 5 acties heeft gespeeld, dan wordt de Stem van het Volk bekendgemaakt.  Deze bepaalt welke aantrekkingskracht (Cultuur, Scholing of Gezondheid) de burgers dit jaar belangrijk vinden.  Steden met een grote antrekkingskracht op dat gebied kunnen immers inwoners van andere gebieden afsnoepen – en dit kan zware gevolgen hebben…

Steden waarbij burgers weglopen, kunnen immers gebouwen kwijtspelen (je moet minstens één inwoner per gebouw in je stad hebben)…  Steden die echter nieuwe burgers verwelkomen, maar ze niet kunnen voeden, verliezen niet alleen burgers en eventuele gebouwen, maar ook acties in de volgende jaren…  Het is dus een constant balanceren tussen groter worden en niet te groot worden!

De winnaar is de speler die op het einde van de zes (speel)jaren de meeste inwoners in zijn  steden heeft.  Bonuspunten zijn er voor elke stad waar de drie aantrekkingskrachten in vertegenwoordigt zijn.

De meerwaarde:

Oké, oké, dus het spel is niet helemaal ‘Civilization’.  Het is best wel meer dan dat.  Het is ook een beetje Kolonisten van Catan (grondstoffen), Carcassonne (tegeltjes leggen om steden groter te maken), als evengoed Puerto Rico (speciale gebouwen in steden).  Het neemt dus wat mee van verschillende spelen, maar helaas is de som van de delen dit keer niet groter dan het geheel.  Ik heb niet echt het gevoel gehad dat ik iets unieks aan het spelen was.  Er zijn echt wel originele aspecten aan (bevolkingsmigratie, de Stem van het Volk,… – klinkt wel een beetje als een actuele nieuwsuitzending), maar er zijn ook betere spelen in het genre, onder andere enkele van de bovenstaande.

En dus:

Een spel in de ware euro-traditie met mechanieken die ik helaas al eens eerder ben tegengekomen.  En dan is het toch interessanter om het origineel te spelen in plaats van de kopie, niet?  Toch intrigeren die kleine, originele aspecten van het spel mij net genoeg om er voor te zorgen dat het spel nog wel eens op tafel zal geraken…  Als mijn medespelers willen meewerken natuurlijk…

En nu ga ik nog wat ‘Civilization’ spelen.

naam: ‘La Città’
designer: Gerd Fenchel
uitgeverij: 999 Games
jaar: 2000
aantal spelers: 2 tot 5
tijd: 120 min

Als een titel als ‘Het Koopmanshuis’ (of ‘Die Speicherstadt’ zoals zijn bekendere Duitse titel is) op tafel komt, dan krijg ik al visioenen van tonnen eurocubes die verspreid worden over het bord, anderhalf uur speluitleg en achteraf een nog langere discussie wat we niet volgens de regels hebben gedaan.

Zo’n titel, dat kan toch niet anders dan in het rijtje thuishoren tussen Packhuys/Kontor, Hansa Teutonica, Merchants from Amsterdam, Hansa, en zo verder…  Allemaal spelen die niet alleen qua thema bij elkaar horen, maar ook allemaal samen horen in hetzelfde compartiment van de euro-games.  De spelen dus die zich gedragen als een dame blanche met pickles en kaassaus – waarmee ik maar bedoel: bij overmatig gebruik willen ze wel eens nodeloos zwaar op de maag liggen.

Niet dat ik iets tegen euro-games heb, hoor, ik speel ze zelfs graag.  Maar op doktersvoorschrift probeer ik mij toch te beperken in aantal per spelletjesavond.  Met dit als opener voor de avond en met nog veel spelen die klaar stonden, had ik hierbij dus enkele bedenkingen.

Geheel onterecht, zo bleek.  Waarom?  Zie hier de review…

Het verhaal:

Wat doe je als je een koopman bent in het Hamburg van de 19de eeuw en je hebt wat werkvolk dat maar niets loopt te doen in één van je lege opslagplaatsen?  Juist ja: je gaat op zoek.  Op zoek naar contracten, op zoek naar ladingen die moeten gelost worden, op zoek naar nieuwe gebouwen, op zoeken naar contacten tussen de handelaars en op zoek naar brandweermannen.  Brandweermannen?  Ja, brandweermannen.  Dit wordt wel duidelijk.  Helaas zijn er natuurlijk nog ander koopmannen in Hamburg die zich in dezelfde situatie bevinden als jij…  Wie zal zijn werkvolk vier seizoenen lang het best kunnen verspreiden over de verschillende taken en zo het meeste geld en overwinningspunten (het blijft een euro-game, hé) binnenhalen?

Het spel:

Het spel speelt zich af in de haven.  Hier zullen zich elke ronde kansen voordoen voor de koopmannen.  Een kans(kaart) kan bijvoorbeeld een contract zijn, en als je de goederen voor dit contract weet te verzamelen in de loop van het spel, dan levert dit je op het einde overwinningspunten op.  Of het kan een schip met een lading willekeurige goederen zijn, dat gelost moet worden.  Ook kan het een handelaar zijn: deze laten je toe overtollige goederen om te zetten in geld.  Ook gebouwen bieden zich aan (voor zover dit fysisch mogelijk is): extra kantoren leveren overwinningspunten op, extra opslagplaatsen meer ruimte, een bank levert dan weer meer startgeld elke ronde op.  Tenslotte kan het ook een brandweerman zijn.  Nog even geduld, dit wordt zodadelijk duidelijk.

Hoe kan je al die kansen nu binnenhalen?  Door je werkvolk in te zetten: iedere koopman heeft drie dokwerker-meeples (dokmeeples?  meeplewerkers?) ter zijner beschikking.  Wil je een kaart binnenhalen, dan plaats je er een werker bij.  Iedereen mag om de beurt zijn werkers plaatsen bij de aangeboden kaarten.  Het zal echter vaak gebeuren dat meerdere spelers geïnteresseerd zijn in een bepaalde kaart.  Als dat gebeurt dan plaatsen de verschillende spelers hun werkers boven elkaar, beneden te beginnen uiteraard.   Ben jij nu de enige die een werker bij een bepaalde kaart heeft geplaatst, dan kan je die kaart kopen voor 1 geldstuk – er staat jouw ene werker, dus 1 geldstuk.  Of je kan passen, dan gaat de kaart op de aflegstapel.  Staan er bij een kaart nu meerdere werkers, dan wordt eerst aan de eigenaar van de onderste werker gevraagd of hij deze kaart wil kopen.  Zegt deze ‘ja’, dan moet de handelaar zoveel geldstukken betalen als er werkers boven zijn werker staan, plus nog een goudstuk voor zijn eigen werker.  Zegt de eigenaar echter ‘nee’, dan wordt zijn werker verwijderd, en wordt de vraag gesteld aan de nieuwe onderste werker.  Zijn alle kaarten zo gekocht of op de aflegstapel gelegd, dan worden er nieuwe kaarten gedeeld en begint het weer helemaal van voor af aan.

Het spel verloopt in 4 seizoenen, te herkennen aan de kaarten in de trekstapel. Elk seizoen zal er ook een grote brand uitbreken in de haven.  Ondanks de aanwezigheid van een enorme hoeveelheid water – we zijn tenslotte in een haven – blijkt dit toch een probleem te zijn.  Om je hiertegen te wapenen, kan je ook bieden op brandweermannen.  Elke keer als een brandkaart getrokken wordt, dan zal de speler met de hoogste gecombineerde waarde aan brandweermannen, zoveel overwinningspunten krijgen als de waarde van de brand (tussen 1 en 4).  De overige spelers krijgen ook de waarde van de brand, maar dan in minpunten…  En dat kan tegenslagen!

Na de 4 seizoenen (klinkt als een opera, of een pizza…) en de laatste brand worden de overwinningspunten van elke speler opgeteld.  Hij/zij met de meeste overwinningspunten… wint.

De meerwaarde:

Ondanks de misschien uitgebreide uitleg, is dit eigenlijk geen euro-game.  Maar eerder, ehm… euro-light!  Of is het dieet-euro?  Maar in tegenstelling tot andere dieetproducten zit dit bordspel wel vol smaak…  Smaak naar meer.  Het spel slaagt erin, door zich te concentreren op korte en originele bied-ronden, een goed tempo te onderhouden en vereist het een constante interactie tussen de verschillende spelers, de nodige smeekbeden en vloeken inbegrepen.

Het spel focust eigenlijk maar heel weinig op goederenbeheer en geld.  Al heb je van dat laatste altijd te weinig: verwacht maar niet meer te verdienen dan de gemiddelde paria uit de Middeleeuwen, maar ook dat maakt het weer snel en leuk – en soms ook frustrerend (vandaar de vloeken).

En dus:

Dit is een blijvertje op de speeltafel.  Licht verteerbaar, niet te omslachtige regels, veel interactie tussen de spelers en het ziet er nog mooi uit ook.  Eigenlijk eentje in de categorie van Condottiere… en dus bij de betere opstarters van een spelletjesavond!

P.S. Nee, wacht, ik vergeet nog iets.  Er is toch nog een groot nadeel aan het spel.  Eigenlijk iets bijna onoverkomelijks…  Er zijn geen rode meeples!  Je kan niet met rood spelen!  Tsssss…

naam: ‘Het Koopmanshuis’
designer: Stefan Feld
uitgeverij: The Game Master
jaar: 2010
aantal spelers: 2 tot 5
tijd: 45 min

 

“I love it when my brain hurts…”  Een favoriete uitspraak van de eurogamer in ons spellenkransje.  En van bepaalde bordspelen kunnen je hersenen inderdaad een verstuiking oplopen – een werkongeval, als het ware.  Eén of twee zware spelen per avond zijn daarom echt wel het maximum, willen we niet zombiegewijs huiswaarts keren.

Gelukkig zijn er dus de fillers!  Kleine, korte spelen die perfect geschikt zijn als inleiding op een avond, als tussendoortje als er weer iemand te laat is, op het wc zit, of in een hoekje zit te huilen omdat hij/zij voor de twintigste keer verloren heeft met Agricola.  En dus ook om een avond af te sluiten en onze hersenen rustig te laten afkoelen om morgen weer in het alledaagse ritme (enkele niveau’s lager) te kunnen hervallen.

Een voorbeeldje?  Coloretto!  Een zeer eenvoudig kaartspel, waarbij de enige voorwaarde is dat je kan tellen tot 3 en niet kleurenblind bent.  En zelfs aan dat laatste hebben ze gedacht, want de veelkleurige kaarten hebben ook nog een eigen patroon…

Zo kan dus niets een spelletje Coloretto meer in de weg staan.  En een review dus natuurlijk ook niet.

Het verhaal:

Het verhaal…  Even wachten, het verhaal…  Euhm…  Het verhaal gaat over 7 bendes van kameleons die een bendeoorlog uitvechten.  Nee, wacht, dat klopt niet…  Het verhaal gaat over het maatschappelijke probleem binnen de maatschappij van de kameleons waar bepaalde kleuren zich beter voelen dan anderen…  Hm, nee, dat is het ook niet.  Over kameleons die triootjes willen vormen?  Het sprookje van een kameleon en de 7 kameleons?  De 7 verschillende sportteams bij de kameleons?

Ach nee, wie hou ik voor de gek.  Er is geen verhaal.

Het spel:

Het spel, met kameleons als uithangbord dus, gaat erom op het einde van het spel de meeste punten te hebben.  Tot zover het grote bordspel-cliché.  Hoe geraak je nu aan die punten?  Wel, hier begint het leuk te worden.

Standaard liggen er bij het  begin van een ronde steeds evenveel groepskaarten op tafel klaar als er spelers zijn.  In de loop van die ronde zal elke speler ook één van die groepskaarten moeten nemen.  Maar daar stopt het niet.  Om beurt mag elke speler een gedekte kameleonkaart (in één van de 7 kleuren) trekken en deze afleggen aan één van de groepskaarten in het midden van de tafel.  De speler mag kiezen aan welke groepskaart, kleuren mogen door elkaar liggen.  Enige voorwaarde is dat er maximum 3 kameleons mogen liggen aan een groepskaart.  Dit proces herhaalt zich bij elke speler, uiterlijk tot aan elke groepskaart 3 kameleons liggen.

Vanaf echter aan een groepskaart minimum één kameleon ligt, krijgen de spelers ook nog een tweede keuze, naast een kaart trekken en afleggen.  Elke speler mag nu ook in zijn beurt ervoor kiezen een groepskaart te nemen (waar minimum 1 en maximum 3 kameleonkaarten aanliggen) en de bijbehorende kameleons voor zich uit te stallen.  Deze speler doet deze ronde dan niet meer mee, de overige spelers werken dan verder met de overige groepskaarten, zo tot alle groepskaarten zijn verdeeld over de spelers.  Dit is het einde van een ronde, de groepskaarten worden terug in het midden gelegd en een nieuwe ronde begint.  Als er in de trekstapel de kaart ‘Laatste Ronde’ wordt getrokken, dan eindigt het spel na deze ronde en begint de puntentelling.  Logisch, niet?

Maar waarom zou je nu groepskaarten met kameleons nemen?  Waarvoor doe je het eigenlijk?  Wel, je probeert er te zorgen zo groot mogelijke setjes van een zo beperkt mogelijk aantal kleuren te maken.  Daarvoor zal je dus keuzes moeten maken bij de groepskaarten en de groepen zo te manipuleren dat je enkel de kleuren krijgt die je nodig hebt.  Want bij de puntentelling krijg je exponentiële punten voor de 3 kleuren waar je de meeste kaarten van hebt (21 punten voor een setje van 6 dezelfde kleurkaarten, 15 punten voor een setje van 5, 10 punten voor een setje van 4,…), maar je krijgt ook minpunten voor alle overige kleuren die je hebt.  Ook hier zijn deze punten exponentieel.

Een voorbeeld?  Een speler heeft op het einde 6 groene, 5 gele, 3 oranje, 2 blauwe en 2 zwarte kameleons: hij/zij zal dus 21+15+6=42 punten hebben voor de groene, gele en rode kaarten min 3+3=6 punten voor de blauwe en de zwarte reeks.  In totaal levert dat dus voor deze speler 36 punten op. Echt wel gemakkelijk!

Om het spel nog ietwat variatie te geven hebben ze ernog twee soorten kaarten bijgestoken om wat leven in de brouwerij te brengen (alsof een nest van 63 kameleons nog niet genoeg was).  De ‘+2 kaart’, die – verrassing! – bij de puntentelling 2 extra punten waard is, en de ‘joker-kameleon’, waarbij je bij de puntentelling mag kiezen welke kleur hij heeft en aan welk setje je hem dus toevoegt.  Bij de kaarten worden net als de kameleons gewoon getrokken uit de trekstapel en afgelegd aan de groepskaarten, zij tellen ook mee voor de 3-kaarten-limiet.

De meerwaarde: 

Wat is de meerwaarde van een spel dat simpel maar leuk is, grafisch eenvoudig maar doordacht, snel wegspeelt en eerder behoort tot het lichtere denkwerk?  Heel eenvoudig: dat het een spel is dat simpel maar leuk is, grafisch eenvoudig maar doordacht, snel wegspeelt en eerder behoort tot het lichtere denkwerk.  Dat het origineel is en toch ook uitdaging biedt aan spelers van divers pluimage helpt natuurlijk, of je nu met kinderen speelt, eurogamers of ameritrashers, dit spel heeft net genoeg voor iedereen – zonder teveel te willen!

En dus:

De perfecte filler.  Een piepklein doosje dat je op een spellenavond meeneemt door het weg te moffelen in die veel te grote euro-dozen.  Je vindt altijd wel iemand voor een snel spelletje en gebeurt dat eens niet (omdat er een andere goede filler aanwezig is, bijvoorbeeld), dan vind je dat niet erg… je hebt er toch geen sleurwerk aan gehad!

Even nog aanvullen: voor wie het spel wel interessant lijkt, maar zijn spel toch liever met wat meer verhaal ziet, zijn er van dezelfde designer enkele varianten met ontelbare uitbreidingen verschenen.  Zooloretto en Zooloretto Mini gaan over een voorlopig nog leegstaande zoo (duh!) en Aquaretto gaat over een aquarium dat gevuld moet worden.  Het blijft dus wel een beestenboel, alleen in veel grotere dozen.

naam: ‘Coloretto’
designer: Michael Schacht
uitgeverij: 999 Games
jaar: 2003
aantal spelers: 2 tot 5
tijd: 30 min