Archief voor juni, 2012

Volgens de reisbrochure heeft Tokyo zo zijn pluspunten: van een geschiedenis om duimen en vingers bij af te likken tot glimpen van wat de toekomst ons nog allemaal kan brengen. Foodies of fashionista’s, ontdekkingsreizigers of otaku, voor elk wat wils in deze ultieme metropolis. Of Utopolis, zoals u wilt, want voor menigeen lijkt deze plek waarschijnlijk wel de hemel op aarde… Toch zijn er ook risico’s aan de verbonden aan het leven in deze grootstad. Meer dan elders ter wereld heb je in Tokyo immers de kans… om verpletterd te worden onder de hiel een reusachtig monster. Godzilla, Rodan, Mothra, King Ghidorah of Gamera, elkeen heeft zo al zijn stempel gedrukt op de stad, of toch tenminste een gigantische voetafdruk.

En of dat nu nog niet genoeg is, komt daar nu nog King of Tokyo bij…

 

Het verhaal:

“The game begins with Tokyo exploding — which, for anime, is the cliche equivalent of ‘It Was a Dark and Stormy Night…'”

Zes monsters (plaatselijk bekend onder de naam kaiju) boeken een groepsreis  naar Tokyo en bouwen daar een feestje waarbij het gemiddelde legioen voetbalhooligans eerder een kinderkoor lijkt. Aanwezig zijn: The King (een verre neef van die andere King, Kong dus), Gigazaur (die wat weg heeft van een would-be Godzilla), Kraken (een soort kruising tussen een octopus en een krab), Meka Dragon (uiteraard een draak), Alienoid (op bezoek uit een naburig sterrenstelsel) en tenslotte Cyber Bunny (een gigantische robot bestuurd door… een konijn). Om de sfeer er wat in te houden, besluiten ze een wedstrijdje te houden: wie het eerst Tokyo kan vernietigen of als laatste overeind blijft, mag zichzelf tot koning kronen van Tokyo… of wat er van overblijft, natuurlijk.

Het spel:

Kort samengevat: de bordspelvariant van één-tegen-allen meets King of the Hill. Zoals al eerder gesteld win je door zo snel mogelijk Tokyo te verwoesten – door als eerste twintig vernietigingspunten te verzamelen, of door de enige overlevende te zijn – door de levenspunten van elke tegenstander van tien tot nul te herleiden. Schade uitdelen of vernietigingspunten verzamelen doe je op zijn Yathzee‘s. Je werpt in je beurt zes dobbelstenen en die leveren een combinatie op van 1’tjes, 2’tjes, 3’tjes, hartjes, vuisten of energie op. Elke reeks van drie identieke getallen levert de overeenkomstige vernietigingspunten op, elk hartje geneest je monster, een vuist deelt schade uit aan de tegenstand en met de energie die je verzamelt kan je later extra’s kopen. Die schade uitdelen levert wel enkele interessante bijkomstigheden op: het speelveld is immers opgedeeld in twee helften, waardoor één monster zich tijdens het spel in Tokyo bevindt, en al de rest erbuiten. Iemand die buiten Tokyo staat doet zijn schade steeds tegen het monster in Tokyo, een monster die vanuit Tokyo aanvalt, doet dat tegen alle tegenspelers buiten Tokyo tegelijk.

Dit zorgt dus voor belangrijke tactische keuzes: blijf je met je monster in de stad, waar je extra vernietiginspunten kan krijgen maar ook risico loopt op het grootste pak slaag sinds mensenheugenis, of vlucht je weg en ga je jezelf verschuilen in de massa? Gelukkig kan je er elke beurt voor kiezen om telkens wanneer je aangevallen wordt, de stad te ontvluchten en over te laten aan je agressor. Ook fijn is dat je jouw monster kan ‘pimpen’: met je opgespaarde energycubes heb je de mogelijkheid om extra onderdelen aan te schaffen: een extra hoofd, enkele tentakels, een staart, vleugels of gevechtsvliegtuigen – om mee te gooien natuurlijk…

Zo kan er dus maar één overblijven, en met een triomfantelijk gebrul van op hoogste wolkenkrabber zijn tegenstanders bespotten en zijn overwinning exclameren.

De meerwaarde?

Zoals je wel kan verwachten met 6 gigantische wezens in het centrum van een stad, is het nogal een druk spel. Je schreeuwt je monster toe, vervloekt je dobbelstenen, verkondigt luidkeels je triomfen en discussieert geringschattend over je tegenstanders. Inleving is een belangrijk aspect en in één keer ook de grootste troef van het spel. Verwacht dus geen ongelofelijke strategieën of uitgebreide mechanismes, als in een straatgevecht komt het er op neer om zo snel mogelijk je tegenstander neer te slaan – en daarbij is alles toegelaten.

Richard Garfield, van Magic: The Gathering en Roborally-faam, bewijst opnieuw dat hij een sterk thematisch spel kan ontwerpen dat ook nog eens vlot speelt. De regels heb je zo onder de knie waardoor je snel aan het spel kan beginnen, en zelfs meerder spelletjes achter elkaar kan spelen. De herspeelbaarheid is dan ook groot, ook een voordeel. Ook de onderdelen dragen bij tot de beleving en slagen er wonderwel in het gevoel te vatten van die jaren 50-achtige monsterfilmen.

Een negatief punt dat zeker wel vermeld moet worden is het uitschakelen van spelers. Het is mogelijk dat jij en je monster heel snel vermorzeld in een enorme bodybag van het slagveld gedragen wordt, waardoor je als een veredelde toeschouwer langs de zijlijn de rest van het spel moet uitkijken. Wees gerust, er zijn leukere dingen om te doen. Gelukkig duren de spelletjes nooit veel langer dan een half uur en zijn er zelfs mogelijkheden om je nageslacht verder te laten vechten (met dank aan de ‘It has a baby!’ kaart…)

En dus:

King of Tokyo is een heerlijk lichte filler en doet geen moeite om meer te zijn dan dat. Juist omdat het niet altijd een strategisch verantwoord bordspel voor de meerwaardezoeker moet zijn, kunnen wij erg genieten van een avondje ‘plat’ entertainment. Plat zoals Tokyo na onze doortocht, natuurlijk!

naam: ‘King of Tokyo’
designer: Richard Garfield
uitgeverij: IELLO
jaar: 2011
aantal spelers: 2-6
tijd: 30 min

Advertenties

Voor één of andere onduidelijke reden hebben science-fiction/horror B-films uit de jaren ’50 een gigantische aanhang. Toch vreemd voor films waarbij een degelijke plot eerder bijzaak was en speciale effecten tot een minimum herleid werden om toch maar zoveel mogelijk het budget te drukken. Google maar eens de strandbal annex alien uit de film Darkstar, en je zal zien wat ik bedoel. Een schreeuwerige getekende affiche met slogans als ‘Now in magnificent color!’, ‘A spectacle of the world of tomorrow!’ en ‘When the bell rings, close your eyes if you’re squeamish!’ lokte het volk wel en masse naar de filmzaal en meer moest dat blijkbaar niet zijn…En toch blijven deze films ook nu nog ontzettend populair. Titels als The Attack of the 50 feet Woman en The Day the Earth stood still spreken nog steeds tot de verbeelding, en dus worden er nog steeds in donkere, vochtige kelders onder Hollywood pogingen ondernomen om dit genre als de eerste de beste zombie nieuw leven in te blazen.

Een bordspel met een B-film thema, dat kan toch alleen maar goed komen, niet?

Het verhaal:

Een geniale maar sinestere professor! Gekidnapte geleerden! Absurde monsters! Een geheime basis in een vulkaan! Een onverbiddelijke countdown! Dit is het voer voor een perfecte B-film, maar ook voor The Isle of Doctor Necreaux, een wat vreemd coöperatief kaartspel.

Doctor Necreaux heeft ’s werelds topwetenschappers ontvoerd om hem een eigen doomsday device te maken. Uiteraard duurde het niet lang of een eerste reddingsteam werd uitgestuurd, maar van hen werd, nadat ze een nucleair wapentuig scherp hadden gesteld, niets meer gehoord. Nu is het dus aan jou en je medespelers om – weliswaar als tweede keus dus – de schuilplaats van Dr. Necreaux binnen te dringen, de wetenschappers te vinden en de reddingscapsule te stelen om te kunnen ontsnappen. Dat alles uiteraard voor iedereen uitgemoord is en de timer is afgelopen… Je hebt 10 minuten, en die starten nu!

Het spel:

Kort samengevat: The Isle of Doctor Necreaux is een coöperatief avonturenkaartspel met dobbelstenen en flarden rollenspel. Hoe ze dat allemaal in een klein doosje krijgen kan je hier lezen…

Het spel bestaat uit karakterkaarten en avonturenkaarten. Uit de stapel karakterkaarten trekt iedere spel er drie. Elke karakterkaart bevat één of meerdere special eigenschappen, en deze vormen zijn personage. Zo kan je bijvoorbeeld de Lucky Infiltrator met Gadgets zijn, of de Durable Leader met Rocketpack. Omdat er 33 verschillende karakterkaarten zijn, is het aantal combinaties schier eindeloos, wat de herspeelbaarheid natuurlijk enorm bevordert.

Eens jij en je team voltallig zijn, kan je op missie vertrekken. Aan het begin van elke ronde zullen de spelers hun snelheid moet vastleggen waarop ze door de basis van Dr. Necreaux zullen sluipen al dan niet stormen. Hoe hoger de snelheid, hoe sneller ze bij de wetenschappers zijn, maar ook hoe meer risico’s het team zal lopen. De snelheid bepaalt immers het aantal avonturenkaarten zullen moeten omgedraaid worden. Deze kaarten kunnen vallen zijn (en hoe sneller je gaat, hoe meer vallen je triggert, natuurlijk), goede of slechte gebeurtenissen en voorwerpen, kamers waar je iets kunt vinden, maar vooral… monsters. Voor je verder kan gaan zal je deze monsters eerst moeten verslaan natuurlijk, wat niet altijd even evident zal zijn. Meer dan eens zal je personage gewond geraken, waardoor je een karakterkaart moet omdraaien en je die speciale eigenschappen niet meer kan gebruiken. Zijn al je karakterkaarten omgedraaid, geeft je personage de pijp aan Maarten en lig je uit het spel.

Natuurlijk kan je opteren met je team een beurt over te slaan en te rusten, zodat je karakterkaarter weer kan omdraaien en met goede moed er weer in te vliegen… Maar elke beurt sluipt de timer van de countdownklok één minuut dichter bij nul, en wanneer dat bereikt wordt, ontploft de bom. Over en uit en een eventueel repatriëringsteam zal veel moeite moeten doen om al uw ledematen weer bijeen te sprokkelen. Slaag je er echter in om je doorheen de stapel avonturenkaarten de vallen te ontwijken, de monsters af te schudden of te verslaan, onderweg de wetenschappers mee te pikken en ergens aan het einde van de stapel de reddingscapsule te bereiken, dan win jij en wat er overblijft van je team het spel. De wereldvrede is (nog maar eens) gereed en de mensheid staat voor eeuwig bij je in schuld.

De meerwaarde:

Vergis je niet: dit spel is hard. Een goudvis die vanop 500 meter boven een drukke autosnelweg wordt gedropt, heeft meer kans op overleven dan jij en je team. In een spel met drie spelers heb je immers maar tien minuten op het spel te winnen – met meer spelers nog minder tijd. Tien beurten dus, rustpauzes inbegrepen, om je doorheen een kaartstapel van 75 kaarten te worstelen. Het is dus onvermijdelijk dat er slachtoffers gaan vallen en dat niet alle spelers het einde levend zullen halen. De vraag is niet of er iemand dood zal gaan in het spel, maar eerder wanneer. Dat is meteen het grootste minpunt van het spel: elke keer er een kaart moet omgedraaid worden, zit iedereen met dichtgeknepen billen te wachten wat voor calamiteiten er nu weer tevoorschijn zullen komen en vraagt zich af of hij het einde van de beurt nog wel overleeft. Ondermeer door de vele geluksfactoren (dobbelen om monster te verslaan, kaarten die je trekt,…) zijn de enige echte beslissingen die je in het spel maakt wie er schade krijgt. Je kan wat strategie steken in het variëren van je snelheid, maar naar het einde toe zal je die toch moeten opdrijven, of je zal de wetenschappers en de reddingscapsule niet halen.

Het is jammer, want dit spel smaakt naar meer.  Spanning en uitdaging zijn er, door de steeds korter wordende speeltijd en de hoop monsters en vallen, à volonté. Maar net zoals bij de B-films uit de jaren 50 is de verlokking (de filmaffiches) dus beter dan de ervaring (de film) zelf. Want het spel ziet er gewoon wel fijn uit: een origineel (voor een gezelschapspel toch) thema en afbeeldingen die zo uit een science fiction pulpfilm lijken gehaald te zijn.

En dus?

Een gezelschapspel dat heel wat mogelijkheden heeft, die je helaas meer moet ondergaan dan dat je het spel zelf kan sturen. Voor mijn innerlijke bordspeler oogt dat misschien te mager, maar de rasechte beschermer van de wereldvrede in mij haalt dan weer veel voldoening uit het thema en de inleving. Aan jullie om te beslissen waar je prioriteiten liggen, team!

naam: ‘The Isle of Doctor Necreaux’
designer: Jonathan Leistiko
uitgeverij: Alderac Entertainment Group
jaar: 2009
aantal spelers: 1-5
tijd: 40 min