Post Tagged ‘999 Games’

Het was het magische jaar 2000.  We waren net de puberstreken ontgroeid, en onze gedachten waren nog niet bezoedeld met werkplanningen, belastingsbrieven en beginnende midlife-crisissen.  In ons hoofd was dus nog genoeg plaats voor fantasie, en voor meisjes…  Fantasie over meisjes uiteraard… maar ook over wondere werelden bevolkt met wondere wezens en nog veel vreemdere creaturen, enorme ondoordringbare plaatsen waar nog niemand ooit voet had gezet…  En dan heb ik het niet over de inhoud van het afvoerputje van uw douche, maar over Middle Earth.

Inderdaad, de wereld waar Lord Of The Rings plaatsvond, bevond zich evengoed in mijn hoofd.  Van de films van Peter Jackson was nog geen sprake, maar toch had ik een beeld van heel die schepping in mijn fantasie.  De boeken werden kapot gelezen en hele veldslagen en queestes heb ik meebeleefd…

En in dat jaar 2000 was er plots de mogelijkheid om zelf in het verhaal mee te spelen, om zelf op avontuur te trekken.  En dat allemaal dankzij een kleine doos met ‘In de Ban van de Ring’ op, het coöperatieve spel van Reiner Knizia.

Memorabele spelmomenten heeft dit toen opgeleverd – met even memorabele uitspraken!  Coöperatieve spelen kenden we niet (op ‘Heroquest’ na misschien, en daar werd soms meer elkaar de kop ingeslagen dan de vijand..) en dus werd het spel al snel, lichtjes ironisch af en toe, het Vriendschapspel genoemd.

Recent heeft nu 999 Games dit spel bij ons heruitgebracht. De vraag is natuurlijk nu of bij dit spel de magie nog steeds overeind blijft, of ik me nog steeds held kan voelen in een eigen avontuur.  Of is het na ontelbare films, bordspelen, boeken, computergames, kalenders, bierviltjes en zelfs toiletpapier in de Lord Of The Rings-franchise nu eindelijk te veel geworden?

Het verhaal:

Oké, hier plaats ik normaal een korte samenvatting van het verhaal en de thematiek achter het spel.  Maar in dit geval ga ik dat niet doen, want wie dit verhaal niet kent, heeft de voorbije 15 jaar op de maan doorgebracht.  Of in de mijnen van Moria, om binnen het juiste thema te blijven.  Maar voor de mensen die effectief de voorbije 15 jaar op de maan hebben gespendeerd even een korte samenvatting:

Kleine man zit met een probleem en gaat naar de grote mannen om hem te helpen.  Grote mannen doen alsof ze hem willen helpen, maar bezorgen de kleine man alleen maar meer problemen.  De kleine man mag het weer helemaal alleen oplossen.  Er is ook nog een tovenaar.

Als ik dit zo bekijkt lijkt het verdacht veel op het echte leven… op de tovenaar na dan.  Voor zij die meer willen weten: lees het boek – en voor mensen met een literatuurfobie: bekijk de film(en).  Al raad ik het boek aan!

Het spel:

Het is een coöperatief spel, en dat betekent dus dat je met zijn allen tegen het spel speelt.  Iedere speler is dus lid van het Reisgenootschap dat op pad gaat om ‘the one Ring’ te vernietigen…  En hier volgt al een grote teleurstelling.  Voor al wie dacht eindelijk als een dartele elf door de wouden te kunnen euh… dartelen, of voor al wie dacht eindelijk als een dwerg met je bijl alles boven de 1,25 meter kort te wieken heb ik het volgende bericht: iedere speler is een hobbit.  Jep, zo’n net-iets-te-kort manspersoon dat zich bij het minste eng geluid verstopt in het dichtsbijzijnde struikgewas.  Je speelt dus met Frodo, Sam, Merijn en Pepijn, en als je met vijf speelt, komt daar ook de hobbit met de ietwat ongelukkig gekozen naam ‘Fatty’ bij.  Nu maakt het niet echt uit of je hobbit bent, trol, of pinguïn… veel belangrijk is dat iedere hobbit een unieke eigenschap heeft, die je doorheen het spel kan gebruiken.

Hoe gaat het spel nu in zijn werk?  Je begint met het hoofd-spelbord.  Hierop staan de 7 locaties op die ons reisgenootschap zal aandoen op weg naar zijn eindbestemming: Mount Doom in Mordor.  Drie hiervan zijn veilige havens – waar de spelers een beetje kunnen uitrusten en ook wat voorraad kunnen opslaan.  De overige vier zijn gevaarlijke plekken, de (spreek uit met huiveringwekkende stem) scenario’s !  Ook op het hoofdspelbord staat het corruptiespoor: vijftien vakjes, de hobbits beginnen aan de linkerkant, Sauron (de biggest bad boy van Middle Earth) begint aan de rechterkant.  Doorheen het spel zullen de hobbits en Sauron dichterbij elkaar komen, en elke keer als een hobbit en Sauron kruisen, vervalt deze hobbit naar de ‘dark side’ – en verlaat hij het spel.

Het spel begint in de eerste van de zeven locaties.  Telkens als alle opdrachten op zo’n locatie afgehandeld zijn, verhuist het hele gezelschap naar de volgende bestemming.  Het doel: met zo weinig mogelijk slachtoffers naar de laatste locatie te geraken, die af te handelen en tenslotte de ene Ring te vernietigen.  Om het mezelf makkelijk te maken ga ik eerst de gevaarlijke locaties uitleggen – de scenario’s.

Elke keer als het gezelschap zo’n scenario bereikt, wordt een nieuw bord uit de doos genomen.  Deze zijn: Moria, Helm’s Deep, Shelob’s Lair en Mordor.  Elk bord bestaat uit de volgende elementen: één hoofd-avonturen-spoor, twee of drie zij-avonturen-sporen en een gebeurtenissen-spoor.  Om een scenario te verslaan, moeten de spelers ofwel het hoofd-avonturen-spoor, ofwel het gebeurtenissen-spoor tot een goed einde brengen.  Hoe je dat doet, zou me iets te ver leiden – de handleiding beslaat een deftige 18 bladzijden, wat maar een heel klein beetje minder is dan het boek ‘In de Ban van de Ring’ zelf.  Laat het volstaan om te zeggen dat iedere speler om de beurt…

  1. ten eerste gebeurtenisfiches moet omdraaien, en dat deze ervoor zorgen dat je vooruit gaat op ofwel het gebeurtenissenspoor (meestal slecht – kaarten kwijt, een stapje dichter bij Sauron, enz…), ofwel dat je een stapje vooruit gaat op één van de avonturensporen (meestal goed – hier ontvang je bonussen en zorg je ervoor dat je ongeschonden uit het scenario komt).
  2. ten tweede kaarten uit zijn hand mag spelen: hiermee kan je extra stapjes vooruit op de avonturensporen.

Belangrijk om te weten is dat één van de leden de ‘drager van de Ring’ is: deze kan – éénmaal per scenario – ervoor zorgen dat je sneller bij het einde geraakt, maar dit komt altijd wel tegen een prijs…  En op het einde van elk scenario word nagekeken hoe goed je dit scenario hebt doorstaan en wie de nieuwe drager van de Ring wordt.

Geraak je bij een scenario op het einde van het hoofdavontuur of het gebeurtenissen-spoor, dan mag je dus naar de volgende locatie op het hoofd-spelbord – nog een scenario of dus een veilige haven.  Die veilige havens (Bag’s End, Rivendell en Lothlorien) zijn rustpunten tussen de scenario’s: hier kan je terug kaarten stockeren, of proberen weer wat afstand te nemen van Sauron op het corruptiespoor.

Slaag je erin om uiteindelijk als drager van de Ring – alleen of met nog wat reisgezelschap – aan het einde van het Mordor-scenario aan te komen, dan mag je proberen de Ring te vernietigen.  Lukt dit, dan hebben jij en je reisgezelschap – gesneuveld of niet – het spel gewonnen.  Lukt dit niet, dan vergaat de wereld.  Helaas pindakaas.  Volgende keer beter!

De meerwaarde:

Laat me met het slechte nieuws beginnen: 18 bladzijden regels is echt wel veel – rules overkill!  Heel wat pietluttig kleine regeltjes zorgen ervoor dat je de eerste paar keren dat je het spel speelt best de handleiding niet te ver weg legt.  Je zal ze nog nodig hebben…  Maar heb je de regels eindelijk door, dan speelt het spel verbazingwekkend vlot… De verdienste van Reiner Knizia, die een spel meestal met mathematische zekerheid perfect kan uitbalanceren.

Ook leuk is dat je verschillende manieren het spel kan proberen te verslaan: je hebt het hoofd-avonturen-spoor of het gebeurtenissen-spoor, en je kan er ook voor kiezen of je wel of niet de ‘side-quests’ doet.  Niet doen betekent dat je sneller op het einde geraakt, maar ook dat je vanalle voordelen mist…

Maar welke weg je ook kiest, ze zullen telkens even moeilijk zijn.  Je loopt rond met een chronisch tekort aan kaarten, goede keuzes en aan nog veel meer noodzakelijke dingen.  Elke beslissing zal een moeilijke zijn, want meestal zal je moeten kiezen tussen de spreekwoordelijke Scylla en Charybdis – met andere woorden: eender welke beslissing zal je pijn doen.  Hierdoor komt het spel wel wat intimiderend over, maar ook erg uitdagend.  Dit zorgt er voor dat er rond het spel de juiste atmosfeer hangt, en je helemaal in het verhaal ondergedompeld wordt…

Het spel ziet er (voor de liefhebbers natuurlijk) ook gewoon mooi uit.  Het artwork is nog steeds van John Howe, die al sinds 1996 vaste huis-illustrator is van alles wat met Tolkien te maken heeft.  Wel jammer dat ze de plastic figuurtjes van de hobbits uit de vorige uitgave (en dan vooral het vreemde Sauron-gevalletje) hebben ingewisseld voor kartonnen exemplaren.  Een plus is dan weer dat de vreemde kabouterhoedjes ook mee verdwenen zijn…

Nieuwe versus oude componenten... Ik kan niet kiezen!

En dus:

Ik had hier eigenlijk wel wat schrik voor.  Zou het niet een te grote teleurstelling worden als het spel – nu ik zelf wat ouder en wijzer (volgens mijn vrouw vooral het eerste…) ben geworden – nog wel voldoen aan mijn hoge verwachtingen?  En waren die verwachtingen niet voornamelijk gebaseerd op halfvergane herinneringen uit ver vervlogen tijden?

Niet dus, zo bleek – alhoewel ik het eerste kwartier van het spel nog niet overtuigd was…  Maar toen het spel eenmaal op toerental was gekomen word je helemaal in de sfeer meegezogen – alle vreudeuitbarstingen, woedekreten en huilbuien incluis.

Dit spel blijft je enige kans om Middle Earth zelf te redden – en het niet over te laten aan die wussies van het Reisgenootschap.  Een must-have voor elke Tolkien-adept – toch als je niet vies bent van een overdosis regeltjes-lezen…

naam: ‘In de Ban van de Ring’
designer: Reiner Knizia
uitgeverij: 999 Games
jaar: 2011 (heruitgave)
aantal spelers: 2 tot 5
tijd: 60 min

Voor de speler die meer verliest dan wint (zoals ik), is er maar één optie: coöperatieve spelen.  Als er dan iemand wint, dan wint ook ineens iedereen.  En als je verliest, dan verliest iedereen en is er tenminste niemand die je de hele avond op hoongelach trakteert.  Maar het kan natuurlijk ook gebeuren dat de andere spelers in je spelerkransje dit zo beu worden dat ze niet meer met je samen willen spelen, en je – zoals gewoonlijk – weer een pak slaag geven in het volgende spelletje ‘Dominion’.

Voor deze mensen, maar ook voor mensen met vrienden die een licht panische blik in de ogen krijgen bij het horen van het woord ‘bordspel’ – “Een bordspel?  Zoiets waarbij je regels moet lezen?  Huiver…” – is er nu ook een andere optie: het solo-bordspel.

Er bestaan al langer spelen die je ook alleen kan spelen (‘Agricola’, ‘Le Havre’ en de meeste coöperatieve spelen zoals ‘Pandemie’, etc…), maar dikwijls zijn dat eerder flauwe afkooksels van het echte spel en gewoon veel leuker als je ze met meer speelt.  De laatste tijd duiken er echter steeds meer spelen op die echt bedoeld zijn om alleen te spelen.  ‘Onirim’ is zo’n onbekend pareltje (waarover een andere keer meer), maar waarover ik het vandaag wil hebben is ‘Vrijdag’ (of ‘Freitag’ of ‘Friday’ – ze zijn dit keer nogal vrij nauwkeurig geweest met hun vertalingen), een spelletje van de illustere ontwerpen Friedemann Friese…

Ik hoef voor één keer niet te wachten op voldoende vrienden om het spel eens te testen, dat is al een voordeel.  Eens benieuwd wie dit solo-avontuur gaat winnen!  En dus: de review!

Het verhaal:

Voor zover u dit mocht denken, het spel gaat niet over die ene dag in de week waar menig werknemer en student reikhalzend naar uitkijkt, nee.  Het spel gaat over de metgezel/knecht van Robinson Crusoë, uit het boek van Daniel Defoe, die – in een vlaag van opperste inspiratie – door Robinson genoemd werd naar de dag dat hij hem ontmoet had.  Vrijdag, dus.

Voor de mensen die een chronische allergie hebben aan bombastische literatuur (begin maar eens aan de officiële titel: “The Life and Strange Surprising Adventures of Robinson Crusoe of York, Mariner: who lived Eight and Twenty Years, all alone in an uninhabited Island on the coast of America, near the Mouth of the Great River of Oroonoque; Having been cast on Shore by Shipwreck, wherein all the Men perished but himself. With An Account how he was at last as strangely deliver’d by Pirates. Written by Himself”), een korte en licht bijgestuurde samenvatting…

Stel je eens voor dat je onbezonnen op het strand van je eigen privé-eilandje ligt, cocktail in de ene hand, iets licht verteerbaar in de andere.  De lucht is blauw, de temperatuur perfect en de zee kabbelt je zachtjes in slaap…  Tot daar plots op een zee-onwaardig vlot plots een lallende Engelsman opduikt, je eiland inpikt, jou in één ruk zijn persoonlijke knecht maakt, ook maar ineens tot het christendom bekeert en je – godbetert – ‘Vrijdag’ noemt…  Hoe zou jij dan reageren?  Juist ja,…  Hoe krijg ik dat sujet zo snel mogelijk weer terug naar Engeland!  En daar begint jouw avontuur…

Het spel:

Jer gaat dus proberen Robinson op het eerste het beste passerende piratenschip te krijgen.  Als je dat lukt, keert de rust weer op je eilandje en heb je dus het spel gewonnen.  Maar eerst zal je er wel moeten voor zorgen dat Robinson lang genoeg overleeft op het eiland…

‘Vrijdag’ gebruikt een interessant deck-building systeem.  Je probeert met je ‘Fighting’-kaarten de ‘Hazard’-kaarten te verslaan.  Deze ‘Hazard’-kaarten worden dan 180° gedraaid en worden nieuwe, betere ‘Fighting’-kaarten voor in je deck.  Je doet dat als volgt: elke beurt mag je twee ‘Hazard’-kaarten trekken.  Je kiest er één uit, en legt die voor je neer.  Deze kaart zal je vertellen hoeveel gratis ‘Fighting’-kaarten je mag trekken en wat hun gecombineerde kracht moet zijn om de ‘Hazard’ te verslaan.

'fighting'-kaart, 'aging'-kaart, 'hazard'-kaart en piratenkaart (uit de Duitse versie...)

Het probleem is nu dat Robinson erg zwak begint – de waarden op zijn startkaarten zijn voornamelijk 0’en en -1’tjes.  Zo geraak je natuurlijk niet ver.  Je zal die dus moeten proberen uit je deck te krijgen.  Dat kan je door – express – van een ‘Hazard’-kaart te verliezen, en in ruil voor levenspunten kan je zo telkens de slechte ‘Fighting’-kaarten uit je deck wieden.  De filosofie hierachter: Robinson heeft uit zijn nederlaag ‘iets geleerd’…  Nu is je voorraad levenspunten ook niet onuitputtelijk, dus zal je goed moeten kiezen wanneer je dit toepast.  En je wilt je deck ook niet te dun maken, want elke keer als je door je ‘Fighting’-kaarten heen bent, moet je een ‘Aging’-kaart aan je deck toevoegen – je wordt er op dat eiland tenslotte ook niet jonger op.  En deze ‘Aging’-kaarten zijn pas echt vervelend, en veel moeilijker om kwijt te spelen.

Elke keer als je door de volledige stapel ‘Hazards’ bent, begint een nieuwe ronde.  De overgebleven ‘Hazard’-kaarten (die je niet gekozen hebt of niet verslaan) worden opnieuw geschud en je begint weer van voor af aan.  Alleen zijn de ‘Hazards’ nu, in ronde twee, weer een pak moeilijker geworden om te verslaan.  En ze worden nog een pak moeilijker in ronde drie!

Slaag je er echter in om de drie rondes te overleven (kannibalen, wilde dieren, hongersnood, dorst, eenzaamheid, dopingcontroles en andere  lastigheden), dan mag je het, om de beurt, opnemen tegen twee piratenschepen.  Waarom het er twee zijn, weet ik niet echt.  Misschien heeft Robinson wel een omvangrijke collectie kokosnoten aangelegd die hij niet wil achterlaten, of zo…?  In ieder geval, eens je met je ‘Fighting’-kaarten ook de twee schepen hebt overmeesterd, kan je eindelijk wegzeilen richting een veilige haven…

De meerwaarde:

Vanaf de eerste kaart word je helemaal meegezogen in het spel en druipt de spanning eraf.  Elke beslissing die je neemt is immers belangrijk!  Kies ik voor deze of die andere ‘Hazard’-kaart?  Win ik of verlies ik dit gevecht?  Speel ik nog een spelletje of ga ik eindelijk maar eens slapen?

Dat op zich maakt het spel natuurlijk al heel bijzonder, en ook helemaal niet makkelijk.  Ik heb het spel nu al een aantal keer gespeeld en… nog nooit gewonnen.  Dat ligt waarschijnlijk aan mijn erbarmlijke speelkwaliteiten, maar toch probeer ik elke keer weer opnieuw, want nu gaat het lukken!   En daarboven blijf ik het leuk vinden, al kan dat ook een masochistisch trekje zijn.

En dus: 

Friedemann Friese  is er weer in geslaagd om een bordspel te maken dat helemaal doordrongen is van het thema en het verhaal, zonder te vergeten er een goed spel van te maken.  ‘Vrijdag’ werkt met een mechanisme dat ik nog niet eerder heb gezien en lijkt erg ingewikkeld, maar speelt na één keer oefenen supervlot.  En omdat het maar 20 minuten duurt, kan je het meerdere keren na elkaar spelen tijdens je lunchpauze (als je alleen werkt natuurlijk, beetje asociaal anders…).

Het ideale spel dus om bij je te hebben als je weer eens bent aangespoeld op een onbewoond eiland!

naam: ‘Vrijdag’
designer: Friedemann Friese
uitgeverij: 999 Games
jaar: 2011
aantal spelers: 1
tijd: 25 min

Aan allen die op het einde denken dat ik de verkeerde titel boven deze review heb geschreven, wil ik nu al zeggen: u vergist zich.

Maar ik ga niet ontkennen dat ‘La Città’ toch wel heel veel weg heeft van ‘Civilization’ – en dan bedoel ik niet het bordspel (dat ik – misschien tot mijn schande – nog nooit gespeeld heb), maar het het allereerste computerspel uit 1991.  Toen de spelregels uitgelegd werden, leek het mij of ik naar een ander spel stond te luisteren.  Je stad mag niet boven de vijf inwoners groeien als je geen markt hebt, en niet boven de acht inwoners als je geen badhuis hebt…  Je moet steeds graan hebben om al je inwoners eten te geven en om een nieuwe stad te bouwen moet je een inwoner uit één van je andere steden uitsturen.

Klinkt bekend?  Voor mij in ieder geval wel, maar ik heb ‘Civilization’ dan ook ontelbare uren gespeeld.  Menig nacht is lang geleden zo ongemerkt aan mij voorbij gegaan.

Conclusie: een goedkope rip-off van een ander spel?  Toch niet helemaal, lees maar eens verder in… de review!

Het verhaal:

In het Italië van de Middeleeuwen moet je een stad uitbouwen.  Dit hoogst originele concept – volgens één van onze medespelers toch (let op de sarcastische ondertoon) – doe je uiteraard niet alleen, concurrenten bevinden zich in de buurt en proberen de burgers van jou stad te lokken met net-iets-interessantere levensvoorwaarden.  Voor één keer is de Stem van het Volk wel belangrijk, nu moeten we alleen nog maar hopen dat we goed geluisterd hebben…

Het spel:

Iedere speler begint met 2 castello’s op een grote landkaart.  Dit zullen de centra worden van je steden.  Op de landkaart liggen ook nog voorraadgebieden: meren, die zorgen voor water (uiteraard) en graanvelden, die zorgen voor, euh, graan.  Er zijn ook bergen, die zorgen voor goud (Catan, iemand?).

Hoe kan je jouw steden nu uitbouwen?  Wel, elk jaar (er zijn er zes in een spel) heeft iedere speler 5 acties.  Die acties kunnen ondermeer inhouden dat je geld neemt, of een nieuwe stad sticht door een nieuw castello op de landkaart te leggen.  Of je kan ook één van je steden uitbreiden door er een gebouw aan toe te voegen.  Kleine gebouwen kan je gratis bouwen, voor middelgrote en grote gebouwen moet je betalen.  Een actie kan ook zijn dat je één van de aangeboden politieke kaarten neemt.  Hiermee kan je gebouwen goedkoper neerzetten, of eens gaan piepen bij de Stem van het Volk, of extra voedsel verzamelen.

Waarom zou je nu gebouwen neerzetten?  Wat is er mis met een gezellig, klein dorpje in de groene heuvels van Italië?  Moet alles weer groot, groter , grootst?  Ja dus, want anders zou je stad wel eens snel leeg, lege, leegst kunnen zijn.

Elk gebouw dat je neerzet, draagt immers bij tot de aantrekkingskracht van je stad.  Bepaalde gebouwen dragen bij tot Cultuur, anderen dragen bij tot Scholing en weer anderen dragen bij tot Gezondheid.  Kleine gebouwen dragen één aantrekkingspunt bij, middelgrote gebouwen twee punten en grote gebouwen, drie aantrekkingspunten.  En als iedere speler zijn 5 acties heeft gespeeld, dan wordt de Stem van het Volk bekendgemaakt.  Deze bepaalt welke aantrekkingskracht (Cultuur, Scholing of Gezondheid) de burgers dit jaar belangrijk vinden.  Steden met een grote antrekkingskracht op dat gebied kunnen immers inwoners van andere gebieden afsnoepen – en dit kan zware gevolgen hebben…

Steden waarbij burgers weglopen, kunnen immers gebouwen kwijtspelen (je moet minstens één inwoner per gebouw in je stad hebben)…  Steden die echter nieuwe burgers verwelkomen, maar ze niet kunnen voeden, verliezen niet alleen burgers en eventuele gebouwen, maar ook acties in de volgende jaren…  Het is dus een constant balanceren tussen groter worden en niet te groot worden!

De winnaar is de speler die op het einde van de zes (speel)jaren de meeste inwoners in zijn  steden heeft.  Bonuspunten zijn er voor elke stad waar de drie aantrekkingskrachten in vertegenwoordigt zijn.

De meerwaarde:

Oké, oké, dus het spel is niet helemaal ‘Civilization’.  Het is best wel meer dan dat.  Het is ook een beetje Kolonisten van Catan (grondstoffen), Carcassonne (tegeltjes leggen om steden groter te maken), als evengoed Puerto Rico (speciale gebouwen in steden).  Het neemt dus wat mee van verschillende spelen, maar helaas is de som van de delen dit keer niet groter dan het geheel.  Ik heb niet echt het gevoel gehad dat ik iets unieks aan het spelen was.  Er zijn echt wel originele aspecten aan (bevolkingsmigratie, de Stem van het Volk,… – klinkt wel een beetje als een actuele nieuwsuitzending), maar er zijn ook betere spelen in het genre, onder andere enkele van de bovenstaande.

En dus:

Een spel in de ware euro-traditie met mechanieken die ik helaas al eens eerder ben tegengekomen.  En dan is het toch interessanter om het origineel te spelen in plaats van de kopie, niet?  Toch intrigeren die kleine, originele aspecten van het spel mij net genoeg om er voor te zorgen dat het spel nog wel eens op tafel zal geraken…  Als mijn medespelers willen meewerken natuurlijk…

En nu ga ik nog wat ‘Civilization’ spelen.

naam: ‘La Città’
designer: Gerd Fenchel
uitgeverij: 999 Games
jaar: 2000
aantal spelers: 2 tot 5
tijd: 120 min

“I love it when my brain hurts…”  Een favoriete uitspraak van de eurogamer in ons spellenkransje.  En van bepaalde bordspelen kunnen je hersenen inderdaad een verstuiking oplopen – een werkongeval, als het ware.  Eén of twee zware spelen per avond zijn daarom echt wel het maximum, willen we niet zombiegewijs huiswaarts keren.

Gelukkig zijn er dus de fillers!  Kleine, korte spelen die perfect geschikt zijn als inleiding op een avond, als tussendoortje als er weer iemand te laat is, op het wc zit, of in een hoekje zit te huilen omdat hij/zij voor de twintigste keer verloren heeft met Agricola.  En dus ook om een avond af te sluiten en onze hersenen rustig te laten afkoelen om morgen weer in het alledaagse ritme (enkele niveau’s lager) te kunnen hervallen.

Een voorbeeldje?  Coloretto!  Een zeer eenvoudig kaartspel, waarbij de enige voorwaarde is dat je kan tellen tot 3 en niet kleurenblind bent.  En zelfs aan dat laatste hebben ze gedacht, want de veelkleurige kaarten hebben ook nog een eigen patroon…

Zo kan dus niets een spelletje Coloretto meer in de weg staan.  En een review dus natuurlijk ook niet.

Het verhaal:

Het verhaal…  Even wachten, het verhaal…  Euhm…  Het verhaal gaat over 7 bendes van kameleons die een bendeoorlog uitvechten.  Nee, wacht, dat klopt niet…  Het verhaal gaat over het maatschappelijke probleem binnen de maatschappij van de kameleons waar bepaalde kleuren zich beter voelen dan anderen…  Hm, nee, dat is het ook niet.  Over kameleons die triootjes willen vormen?  Het sprookje van een kameleon en de 7 kameleons?  De 7 verschillende sportteams bij de kameleons?

Ach nee, wie hou ik voor de gek.  Er is geen verhaal.

Het spel:

Het spel, met kameleons als uithangbord dus, gaat erom op het einde van het spel de meeste punten te hebben.  Tot zover het grote bordspel-cliché.  Hoe geraak je nu aan die punten?  Wel, hier begint het leuk te worden.

Standaard liggen er bij het  begin van een ronde steeds evenveel groepskaarten op tafel klaar als er spelers zijn.  In de loop van die ronde zal elke speler ook één van die groepskaarten moeten nemen.  Maar daar stopt het niet.  Om beurt mag elke speler een gedekte kameleonkaart (in één van de 7 kleuren) trekken en deze afleggen aan één van de groepskaarten in het midden van de tafel.  De speler mag kiezen aan welke groepskaart, kleuren mogen door elkaar liggen.  Enige voorwaarde is dat er maximum 3 kameleons mogen liggen aan een groepskaart.  Dit proces herhaalt zich bij elke speler, uiterlijk tot aan elke groepskaart 3 kameleons liggen.

Vanaf echter aan een groepskaart minimum één kameleon ligt, krijgen de spelers ook nog een tweede keuze, naast een kaart trekken en afleggen.  Elke speler mag nu ook in zijn beurt ervoor kiezen een groepskaart te nemen (waar minimum 1 en maximum 3 kameleonkaarten aanliggen) en de bijbehorende kameleons voor zich uit te stallen.  Deze speler doet deze ronde dan niet meer mee, de overige spelers werken dan verder met de overige groepskaarten, zo tot alle groepskaarten zijn verdeeld over de spelers.  Dit is het einde van een ronde, de groepskaarten worden terug in het midden gelegd en een nieuwe ronde begint.  Als er in de trekstapel de kaart ‘Laatste Ronde’ wordt getrokken, dan eindigt het spel na deze ronde en begint de puntentelling.  Logisch, niet?

Maar waarom zou je nu groepskaarten met kameleons nemen?  Waarvoor doe je het eigenlijk?  Wel, je probeert er te zorgen zo groot mogelijke setjes van een zo beperkt mogelijk aantal kleuren te maken.  Daarvoor zal je dus keuzes moeten maken bij de groepskaarten en de groepen zo te manipuleren dat je enkel de kleuren krijgt die je nodig hebt.  Want bij de puntentelling krijg je exponentiële punten voor de 3 kleuren waar je de meeste kaarten van hebt (21 punten voor een setje van 6 dezelfde kleurkaarten, 15 punten voor een setje van 5, 10 punten voor een setje van 4,…), maar je krijgt ook minpunten voor alle overige kleuren die je hebt.  Ook hier zijn deze punten exponentieel.

Een voorbeeld?  Een speler heeft op het einde 6 groene, 5 gele, 3 oranje, 2 blauwe en 2 zwarte kameleons: hij/zij zal dus 21+15+6=42 punten hebben voor de groene, gele en rode kaarten min 3+3=6 punten voor de blauwe en de zwarte reeks.  In totaal levert dat dus voor deze speler 36 punten op. Echt wel gemakkelijk!

Om het spel nog ietwat variatie te geven hebben ze ernog twee soorten kaarten bijgestoken om wat leven in de brouwerij te brengen (alsof een nest van 63 kameleons nog niet genoeg was).  De ‘+2 kaart’, die – verrassing! – bij de puntentelling 2 extra punten waard is, en de ‘joker-kameleon’, waarbij je bij de puntentelling mag kiezen welke kleur hij heeft en aan welk setje je hem dus toevoegt.  Bij de kaarten worden net als de kameleons gewoon getrokken uit de trekstapel en afgelegd aan de groepskaarten, zij tellen ook mee voor de 3-kaarten-limiet.

De meerwaarde: 

Wat is de meerwaarde van een spel dat simpel maar leuk is, grafisch eenvoudig maar doordacht, snel wegspeelt en eerder behoort tot het lichtere denkwerk?  Heel eenvoudig: dat het een spel is dat simpel maar leuk is, grafisch eenvoudig maar doordacht, snel wegspeelt en eerder behoort tot het lichtere denkwerk.  Dat het origineel is en toch ook uitdaging biedt aan spelers van divers pluimage helpt natuurlijk, of je nu met kinderen speelt, eurogamers of ameritrashers, dit spel heeft net genoeg voor iedereen – zonder teveel te willen!

En dus:

De perfecte filler.  Een piepklein doosje dat je op een spellenavond meeneemt door het weg te moffelen in die veel te grote euro-dozen.  Je vindt altijd wel iemand voor een snel spelletje en gebeurt dat eens niet (omdat er een andere goede filler aanwezig is, bijvoorbeeld), dan vind je dat niet erg… je hebt er toch geen sleurwerk aan gehad!

Even nog aanvullen: voor wie het spel wel interessant lijkt, maar zijn spel toch liever met wat meer verhaal ziet, zijn er van dezelfde designer enkele varianten met ontelbare uitbreidingen verschenen.  Zooloretto en Zooloretto Mini gaan over een voorlopig nog leegstaande zoo (duh!) en Aquaretto gaat over een aquarium dat gevuld moet worden.  Het blijft dus wel een beestenboel, alleen in veel grotere dozen.

naam: ‘Coloretto’
designer: Michael Schacht
uitgeverij: 999 Games
jaar: 2003
aantal spelers: 2 tot 5
tijd: 30 min