Post Tagged ‘co-operative game’

Voor één of andere onduidelijke reden hebben science-fiction/horror B-films uit de jaren ’50 een gigantische aanhang. Toch vreemd voor films waarbij een degelijke plot eerder bijzaak was en speciale effecten tot een minimum herleid werden om toch maar zoveel mogelijk het budget te drukken. Google maar eens de strandbal annex alien uit de film Darkstar, en je zal zien wat ik bedoel. Een schreeuwerige getekende affiche met slogans als ‘Now in magnificent color!’, ‘A spectacle of the world of tomorrow!’ en ‘When the bell rings, close your eyes if you’re squeamish!’ lokte het volk wel en masse naar de filmzaal en meer moest dat blijkbaar niet zijn…En toch blijven deze films ook nu nog ontzettend populair. Titels als The Attack of the 50 feet Woman en The Day the Earth stood still spreken nog steeds tot de verbeelding, en dus worden er nog steeds in donkere, vochtige kelders onder Hollywood pogingen ondernomen om dit genre als de eerste de beste zombie nieuw leven in te blazen.

Een bordspel met een B-film thema, dat kan toch alleen maar goed komen, niet?

Het verhaal:

Een geniale maar sinestere professor! Gekidnapte geleerden! Absurde monsters! Een geheime basis in een vulkaan! Een onverbiddelijke countdown! Dit is het voer voor een perfecte B-film, maar ook voor The Isle of Doctor Necreaux, een wat vreemd coöperatief kaartspel.

Doctor Necreaux heeft ’s werelds topwetenschappers ontvoerd om hem een eigen doomsday device te maken. Uiteraard duurde het niet lang of een eerste reddingsteam werd uitgestuurd, maar van hen werd, nadat ze een nucleair wapentuig scherp hadden gesteld, niets meer gehoord. Nu is het dus aan jou en je medespelers om – weliswaar als tweede keus dus – de schuilplaats van Dr. Necreaux binnen te dringen, de wetenschappers te vinden en de reddingscapsule te stelen om te kunnen ontsnappen. Dat alles uiteraard voor iedereen uitgemoord is en de timer is afgelopen… Je hebt 10 minuten, en die starten nu!

Het spel:

Kort samengevat: The Isle of Doctor Necreaux is een coöperatief avonturenkaartspel met dobbelstenen en flarden rollenspel. Hoe ze dat allemaal in een klein doosje krijgen kan je hier lezen…

Het spel bestaat uit karakterkaarten en avonturenkaarten. Uit de stapel karakterkaarten trekt iedere spel er drie. Elke karakterkaart bevat één of meerdere special eigenschappen, en deze vormen zijn personage. Zo kan je bijvoorbeeld de Lucky Infiltrator met Gadgets zijn, of de Durable Leader met Rocketpack. Omdat er 33 verschillende karakterkaarten zijn, is het aantal combinaties schier eindeloos, wat de herspeelbaarheid natuurlijk enorm bevordert.

Eens jij en je team voltallig zijn, kan je op missie vertrekken. Aan het begin van elke ronde zullen de spelers hun snelheid moet vastleggen waarop ze door de basis van Dr. Necreaux zullen sluipen al dan niet stormen. Hoe hoger de snelheid, hoe sneller ze bij de wetenschappers zijn, maar ook hoe meer risico’s het team zal lopen. De snelheid bepaalt immers het aantal avonturenkaarten zullen moeten omgedraaid worden. Deze kaarten kunnen vallen zijn (en hoe sneller je gaat, hoe meer vallen je triggert, natuurlijk), goede of slechte gebeurtenissen en voorwerpen, kamers waar je iets kunt vinden, maar vooral… monsters. Voor je verder kan gaan zal je deze monsters eerst moeten verslaan natuurlijk, wat niet altijd even evident zal zijn. Meer dan eens zal je personage gewond geraken, waardoor je een karakterkaart moet omdraaien en je die speciale eigenschappen niet meer kan gebruiken. Zijn al je karakterkaarten omgedraaid, geeft je personage de pijp aan Maarten en lig je uit het spel.

Natuurlijk kan je opteren met je team een beurt over te slaan en te rusten, zodat je karakterkaarter weer kan omdraaien en met goede moed er weer in te vliegen… Maar elke beurt sluipt de timer van de countdownklok één minuut dichter bij nul, en wanneer dat bereikt wordt, ontploft de bom. Over en uit en een eventueel repatriëringsteam zal veel moeite moeten doen om al uw ledematen weer bijeen te sprokkelen. Slaag je er echter in om je doorheen de stapel avonturenkaarten de vallen te ontwijken, de monsters af te schudden of te verslaan, onderweg de wetenschappers mee te pikken en ergens aan het einde van de stapel de reddingscapsule te bereiken, dan win jij en wat er overblijft van je team het spel. De wereldvrede is (nog maar eens) gereed en de mensheid staat voor eeuwig bij je in schuld.

De meerwaarde:

Vergis je niet: dit spel is hard. Een goudvis die vanop 500 meter boven een drukke autosnelweg wordt gedropt, heeft meer kans op overleven dan jij en je team. In een spel met drie spelers heb je immers maar tien minuten op het spel te winnen – met meer spelers nog minder tijd. Tien beurten dus, rustpauzes inbegrepen, om je doorheen een kaartstapel van 75 kaarten te worstelen. Het is dus onvermijdelijk dat er slachtoffers gaan vallen en dat niet alle spelers het einde levend zullen halen. De vraag is niet of er iemand dood zal gaan in het spel, maar eerder wanneer. Dat is meteen het grootste minpunt van het spel: elke keer er een kaart moet omgedraaid worden, zit iedereen met dichtgeknepen billen te wachten wat voor calamiteiten er nu weer tevoorschijn zullen komen en vraagt zich af of hij het einde van de beurt nog wel overleeft. Ondermeer door de vele geluksfactoren (dobbelen om monster te verslaan, kaarten die je trekt,…) zijn de enige echte beslissingen die je in het spel maakt wie er schade krijgt. Je kan wat strategie steken in het variëren van je snelheid, maar naar het einde toe zal je die toch moeten opdrijven, of je zal de wetenschappers en de reddingscapsule niet halen.

Het is jammer, want dit spel smaakt naar meer.  Spanning en uitdaging zijn er, door de steeds korter wordende speeltijd en de hoop monsters en vallen, à volonté. Maar net zoals bij de B-films uit de jaren 50 is de verlokking (de filmaffiches) dus beter dan de ervaring (de film) zelf. Want het spel ziet er gewoon wel fijn uit: een origineel (voor een gezelschapspel toch) thema en afbeeldingen die zo uit een science fiction pulpfilm lijken gehaald te zijn.

En dus?

Een gezelschapspel dat heel wat mogelijkheden heeft, die je helaas meer moet ondergaan dan dat je het spel zelf kan sturen. Voor mijn innerlijke bordspeler oogt dat misschien te mager, maar de rasechte beschermer van de wereldvrede in mij haalt dan weer veel voldoening uit het thema en de inleving. Aan jullie om te beslissen waar je prioriteiten liggen, team!

naam: ‘The Isle of Doctor Necreaux’
designer: Jonathan Leistiko
uitgeverij: Alderac Entertainment Group
jaar: 2009
aantal spelers: 1-5
tijd: 40 min

Het was het magische jaar 2000.  We waren net de puberstreken ontgroeid, en onze gedachten waren nog niet bezoedeld met werkplanningen, belastingsbrieven en beginnende midlife-crisissen.  In ons hoofd was dus nog genoeg plaats voor fantasie, en voor meisjes…  Fantasie over meisjes uiteraard… maar ook over wondere werelden bevolkt met wondere wezens en nog veel vreemdere creaturen, enorme ondoordringbare plaatsen waar nog niemand ooit voet had gezet…  En dan heb ik het niet over de inhoud van het afvoerputje van uw douche, maar over Middle Earth.

Inderdaad, de wereld waar Lord Of The Rings plaatsvond, bevond zich evengoed in mijn hoofd.  Van de films van Peter Jackson was nog geen sprake, maar toch had ik een beeld van heel die schepping in mijn fantasie.  De boeken werden kapot gelezen en hele veldslagen en queestes heb ik meebeleefd…

En in dat jaar 2000 was er plots de mogelijkheid om zelf in het verhaal mee te spelen, om zelf op avontuur te trekken.  En dat allemaal dankzij een kleine doos met ‘In de Ban van de Ring’ op, het coöperatieve spel van Reiner Knizia.

Memorabele spelmomenten heeft dit toen opgeleverd – met even memorabele uitspraken!  Coöperatieve spelen kenden we niet (op ‘Heroquest’ na misschien, en daar werd soms meer elkaar de kop ingeslagen dan de vijand..) en dus werd het spel al snel, lichtjes ironisch af en toe, het Vriendschapspel genoemd.

Recent heeft nu 999 Games dit spel bij ons heruitgebracht. De vraag is natuurlijk nu of bij dit spel de magie nog steeds overeind blijft, of ik me nog steeds held kan voelen in een eigen avontuur.  Of is het na ontelbare films, bordspelen, boeken, computergames, kalenders, bierviltjes en zelfs toiletpapier in de Lord Of The Rings-franchise nu eindelijk te veel geworden?

Het verhaal:

Oké, hier plaats ik normaal een korte samenvatting van het verhaal en de thematiek achter het spel.  Maar in dit geval ga ik dat niet doen, want wie dit verhaal niet kent, heeft de voorbije 15 jaar op de maan doorgebracht.  Of in de mijnen van Moria, om binnen het juiste thema te blijven.  Maar voor de mensen die effectief de voorbije 15 jaar op de maan hebben gespendeerd even een korte samenvatting:

Kleine man zit met een probleem en gaat naar de grote mannen om hem te helpen.  Grote mannen doen alsof ze hem willen helpen, maar bezorgen de kleine man alleen maar meer problemen.  De kleine man mag het weer helemaal alleen oplossen.  Er is ook nog een tovenaar.

Als ik dit zo bekijkt lijkt het verdacht veel op het echte leven… op de tovenaar na dan.  Voor zij die meer willen weten: lees het boek – en voor mensen met een literatuurfobie: bekijk de film(en).  Al raad ik het boek aan!

Het spel:

Het is een coöperatief spel, en dat betekent dus dat je met zijn allen tegen het spel speelt.  Iedere speler is dus lid van het Reisgenootschap dat op pad gaat om ‘the one Ring’ te vernietigen…  En hier volgt al een grote teleurstelling.  Voor al wie dacht eindelijk als een dartele elf door de wouden te kunnen euh… dartelen, of voor al wie dacht eindelijk als een dwerg met je bijl alles boven de 1,25 meter kort te wieken heb ik het volgende bericht: iedere speler is een hobbit.  Jep, zo’n net-iets-te-kort manspersoon dat zich bij het minste eng geluid verstopt in het dichtsbijzijnde struikgewas.  Je speelt dus met Frodo, Sam, Merijn en Pepijn, en als je met vijf speelt, komt daar ook de hobbit met de ietwat ongelukkig gekozen naam ‘Fatty’ bij.  Nu maakt het niet echt uit of je hobbit bent, trol, of pinguïn… veel belangrijk is dat iedere hobbit een unieke eigenschap heeft, die je doorheen het spel kan gebruiken.

Hoe gaat het spel nu in zijn werk?  Je begint met het hoofd-spelbord.  Hierop staan de 7 locaties op die ons reisgenootschap zal aandoen op weg naar zijn eindbestemming: Mount Doom in Mordor.  Drie hiervan zijn veilige havens – waar de spelers een beetje kunnen uitrusten en ook wat voorraad kunnen opslaan.  De overige vier zijn gevaarlijke plekken, de (spreek uit met huiveringwekkende stem) scenario’s !  Ook op het hoofdspelbord staat het corruptiespoor: vijftien vakjes, de hobbits beginnen aan de linkerkant, Sauron (de biggest bad boy van Middle Earth) begint aan de rechterkant.  Doorheen het spel zullen de hobbits en Sauron dichterbij elkaar komen, en elke keer als een hobbit en Sauron kruisen, vervalt deze hobbit naar de ‘dark side’ – en verlaat hij het spel.

Het spel begint in de eerste van de zeven locaties.  Telkens als alle opdrachten op zo’n locatie afgehandeld zijn, verhuist het hele gezelschap naar de volgende bestemming.  Het doel: met zo weinig mogelijk slachtoffers naar de laatste locatie te geraken, die af te handelen en tenslotte de ene Ring te vernietigen.  Om het mezelf makkelijk te maken ga ik eerst de gevaarlijke locaties uitleggen – de scenario’s.

Elke keer als het gezelschap zo’n scenario bereikt, wordt een nieuw bord uit de doos genomen.  Deze zijn: Moria, Helm’s Deep, Shelob’s Lair en Mordor.  Elk bord bestaat uit de volgende elementen: één hoofd-avonturen-spoor, twee of drie zij-avonturen-sporen en een gebeurtenissen-spoor.  Om een scenario te verslaan, moeten de spelers ofwel het hoofd-avonturen-spoor, ofwel het gebeurtenissen-spoor tot een goed einde brengen.  Hoe je dat doet, zou me iets te ver leiden – de handleiding beslaat een deftige 18 bladzijden, wat maar een heel klein beetje minder is dan het boek ‘In de Ban van de Ring’ zelf.  Laat het volstaan om te zeggen dat iedere speler om de beurt…

  1. ten eerste gebeurtenisfiches moet omdraaien, en dat deze ervoor zorgen dat je vooruit gaat op ofwel het gebeurtenissenspoor (meestal slecht – kaarten kwijt, een stapje dichter bij Sauron, enz…), ofwel dat je een stapje vooruit gaat op één van de avonturensporen (meestal goed – hier ontvang je bonussen en zorg je ervoor dat je ongeschonden uit het scenario komt).
  2. ten tweede kaarten uit zijn hand mag spelen: hiermee kan je extra stapjes vooruit op de avonturensporen.

Belangrijk om te weten is dat één van de leden de ‘drager van de Ring’ is: deze kan – éénmaal per scenario – ervoor zorgen dat je sneller bij het einde geraakt, maar dit komt altijd wel tegen een prijs…  En op het einde van elk scenario word nagekeken hoe goed je dit scenario hebt doorstaan en wie de nieuwe drager van de Ring wordt.

Geraak je bij een scenario op het einde van het hoofdavontuur of het gebeurtenissen-spoor, dan mag je dus naar de volgende locatie op het hoofd-spelbord – nog een scenario of dus een veilige haven.  Die veilige havens (Bag’s End, Rivendell en Lothlorien) zijn rustpunten tussen de scenario’s: hier kan je terug kaarten stockeren, of proberen weer wat afstand te nemen van Sauron op het corruptiespoor.

Slaag je erin om uiteindelijk als drager van de Ring – alleen of met nog wat reisgezelschap – aan het einde van het Mordor-scenario aan te komen, dan mag je proberen de Ring te vernietigen.  Lukt dit, dan hebben jij en je reisgezelschap – gesneuveld of niet – het spel gewonnen.  Lukt dit niet, dan vergaat de wereld.  Helaas pindakaas.  Volgende keer beter!

De meerwaarde:

Laat me met het slechte nieuws beginnen: 18 bladzijden regels is echt wel veel – rules overkill!  Heel wat pietluttig kleine regeltjes zorgen ervoor dat je de eerste paar keren dat je het spel speelt best de handleiding niet te ver weg legt.  Je zal ze nog nodig hebben…  Maar heb je de regels eindelijk door, dan speelt het spel verbazingwekkend vlot… De verdienste van Reiner Knizia, die een spel meestal met mathematische zekerheid perfect kan uitbalanceren.

Ook leuk is dat je verschillende manieren het spel kan proberen te verslaan: je hebt het hoofd-avonturen-spoor of het gebeurtenissen-spoor, en je kan er ook voor kiezen of je wel of niet de ‘side-quests’ doet.  Niet doen betekent dat je sneller op het einde geraakt, maar ook dat je vanalle voordelen mist…

Maar welke weg je ook kiest, ze zullen telkens even moeilijk zijn.  Je loopt rond met een chronisch tekort aan kaarten, goede keuzes en aan nog veel meer noodzakelijke dingen.  Elke beslissing zal een moeilijke zijn, want meestal zal je moeten kiezen tussen de spreekwoordelijke Scylla en Charybdis – met andere woorden: eender welke beslissing zal je pijn doen.  Hierdoor komt het spel wel wat intimiderend over, maar ook erg uitdagend.  Dit zorgt er voor dat er rond het spel de juiste atmosfeer hangt, en je helemaal in het verhaal ondergedompeld wordt…

Het spel ziet er (voor de liefhebbers natuurlijk) ook gewoon mooi uit.  Het artwork is nog steeds van John Howe, die al sinds 1996 vaste huis-illustrator is van alles wat met Tolkien te maken heeft.  Wel jammer dat ze de plastic figuurtjes van de hobbits uit de vorige uitgave (en dan vooral het vreemde Sauron-gevalletje) hebben ingewisseld voor kartonnen exemplaren.  Een plus is dan weer dat de vreemde kabouterhoedjes ook mee verdwenen zijn…

Nieuwe versus oude componenten... Ik kan niet kiezen!

En dus:

Ik had hier eigenlijk wel wat schrik voor.  Zou het niet een te grote teleurstelling worden als het spel – nu ik zelf wat ouder en wijzer (volgens mijn vrouw vooral het eerste…) ben geworden – nog wel voldoen aan mijn hoge verwachtingen?  En waren die verwachtingen niet voornamelijk gebaseerd op halfvergane herinneringen uit ver vervlogen tijden?

Niet dus, zo bleek – alhoewel ik het eerste kwartier van het spel nog niet overtuigd was…  Maar toen het spel eenmaal op toerental was gekomen word je helemaal in de sfeer meegezogen – alle vreudeuitbarstingen, woedekreten en huilbuien incluis.

Dit spel blijft je enige kans om Middle Earth zelf te redden – en het niet over te laten aan die wussies van het Reisgenootschap.  Een must-have voor elke Tolkien-adept – toch als je niet vies bent van een overdosis regeltjes-lezen…

naam: ‘In de Ban van de Ring’
designer: Reiner Knizia
uitgeverij: 999 Games
jaar: 2011 (heruitgave)
aantal spelers: 2 tot 5
tijd: 60 min

Omdat het bijna Kerstmis is, krijgt u vandaag twee recensies voor de prijs van één.  Laten we dus beginnen met de eerste: ‘Pandemie’ is een fijn co-op spel, dat de norm zette voor veel coöperatieve gezelschapsspelen die later kwamen.  Het speelt vlot, het voelt heel elegant aan en het heeft de neiging om mij te laten verzuipen in angstzweet, elke keer een infectiekaart omgedraaid wordt.  Kortom, een spel waar ik wel nogal in kan opgaan.  Het spel is af, meer moet zoiets voor mij niet zijn.  Ziezo, recensie 1 klaar…  Check!

Maar waarom zou iemand die bij zijn volle verstand dan een spel kopen dat ook bekend is onder de naam ‘Pandemie light’?  Of ‘Pandemie Junior’ of ‘My First Pandemie’?  Is dat niet zoals een Ferrari bezitten, maar toch met een Fiat Panda rijden, want dat is toch ook een Italiaanse auto?

Het gaat natuurlijk om ‘Verboden Eiland’ of ‘Forbidden Island’, een spel van Matt Leacock… die dan ook weer niet toevallig de ontwerper is van ‘Pandemie’.  Euh, volgt u nog?

Want toch heeft ‘Forbidden Island’ fans.  Heel veel fans zelfs…  En niet enkel je kleine puberneefje dat denkt dat ‘Agricola’ een soort soepgroente is, maar ook een heleboel hardcore euro-gamers (het type dat gaat slapen met zijn/haar doos van ‘Le Havre’)  hemelen het spel op.  Even tijd om zelf eens te gaan kijken hoe het zit… de review!

Het verhaal:

Het zou een slechte B-film kunnen zijn.  Je maakt deel uit van een team schattenjagers, een soort van A-Team dat wordt uitgestuurd om op het laatste ogeblik schatten te gaan opgraven op plekken waar u niet snel een Club Med zal tegenkomen.  En zoals het ook in elke cliché-film hoort, heeft ieder lid van het team zijn eigen specialiteit.  En die specialiteiten zal je hard nodig hebben, want de schat is dit keer op te graven op een eiland dat onder water dreigt te verdwijnen.  Kan het team de vier onderdelen van de schat op tijd vinden – of zijn ze allemaal voer voor de vissen?

Het spel:

Zij die de regels van ‘Pandemie’ kennen, kunnen alvast een mooi zonnehoedje vouwen van het het spelregelboekje (altijd handig op een tropisch eiland) en beginnen spelen.  Vervang enkel de virussen door wateroverlast, en de mechaniek van het spel blijft hetzelfde.

Voor diegenen die nog nooit ‘Pandemie’ hebben gespeeld, gaat het spel als volgt: op een eiland van 24 tegels groot zijn 4 schatten te vinden.  Elke schat heeft twee tegels waar ze gevonden kan worden (voor de liefhebbers: Schrödinger’s ScHat!).  Er is ook nog een tegel waar de helikopterlandingsplaats zich bevindt.  Maar je kan niet zomaar naar zo’n tegel lopen en de schat opeisen – er moet ook voor gewerkt worden.  En ondertussen lopen de vervelende eilandtegels nog onder water ook…

Elke ronde mag ieder teamlid eerst 3 acties uitvoeren.  Dat kan zijn: één stapje zetten, dat spreekt voor zich.  Of je kan één natte tegel droogleggen, wat erg handig is – want als een tegel voor de tweede keer overstroomt, verdwijnt die definitief in de diepte.  Je kan ook één schatkaart doorgeven aan een teamlid dat op dezelfde tegel als jij staat (het is tenslotte een coöperatief spel!)  En als laatste mogelijkheid kan je voor één actie ook – onder bepaalde voorwaarden – een schat opgraven.  Je mag natuurlijk ook een bepaalde actie meer dan één keer uitvoeren.

Heb je de drie acties uitgevoerd, dan moet je twee schatkaarten trekken.  Meestal is dat een kaart in één van de vier kleuren van de schatten.  Die heb je nodig, want één van de voorwaarden om een schat op te graven, is dat je 4 schatkaarten hebt in dezelfde kleur als de schat – de andere voorwaarde is trouwens dat je op de juiste eilandtegel staat.  Je kan ook een hulpmiddel trekken: een helikoptervlucht, om je even wat sneller te verplaatsen over het eiland of een zandzakje, een instant éérste-hulp-bij-droogleggen als het ware.  Maar tenslotte kan je ook een overstromingskaart trekken, en dan zijn de gevolgen vaak desastreus.  Maar daarover later meer.

Na je drie acties en het trekken van de schatkaarten, neem je even de rol aan van het boosaardige eiland.  Hoe je dat uitbeeldt, laat ik aan jullie fantasie over, maar je moet in ieder geval ook zoveel vloedkaarten trekken als de vloedmeter aangeeft.  Elke vloedkaart stelt een eilandtegel voor die je moet laten onderlopen (omdraaien, dus laat dat waterglas maar staan!)  Is een eilandtegel echter al ondergelopen/omgedraaid, en wordt de kaart opnieuw getrokken, dan zinkt dit deel van het eiland naar de bodem en verdwijnt dus uit het spel.  Zo wordt het natuurlijk al snel wat krap op het eiland…

En om het allemaal nog wat erger te maken, zijn er dus nog die overstromingskaarten.  Als je deze trekt, worden alle vloedkaarten die reeds getrokken waren, opnieuw geschud en BOVENOP de vloedkaartenstapel… met als gevolg dat deze dus weer eerst getrokken zullen worden bij de volgende overstromingskaart.  En ook de vloedmeter stijgt een niveau, waardoor iedereen elke beurt dus een vloedkaart meer zal moeten trekken .  ‘Pandemie’, weet u nog wel?

Gelukkig is niet alles kommer en kwel op ons eiland, je bent er tenslotte met een hoop vrienden.  Maar voor je op het strand kan gaan liggen en de barbecue kan aansteken, zal je eerst moeten proberen om niet te verzuipen in angstzweet en zeewater, en kan je maar best je speciale eigenschappen gebruiken.  Zo heb je de Diver, die door diep water kan zwemmen – wat handig is als een stuk eiland van de rest is afgesloten.  Je hebt de Explorer, die wat sneller is dan de anderen en ook diagonaal mag lopen en droogleggen.  De Navigator kan dan weer in een staat van opperste concentratie een andere speler oppakken en twee tegels verder neerzetten, terwijl de Pilot zichzelf dan weer kan oppaken en eender waar op het eiland kan neerzetten.  Tenslotte heb je nog de Engineer, die twee tegels tegelijk kan droogleggen, en de Messenger, die met zijn draagbare fax-machine gekleurde schatkaarten kan doorsturen naar andere spelers elders op het eiland.  Je speciale eigenschap kan je éénmaal per beurt gebruiken voor één actie.  De ene eigenschap lijkt al wat beter dan de andere, maar het is dikwijls de combinatie en strategie die je uitdoktert, die zal bepalen of je de vier schatten vindt… of je een snelcursus onderwater-ademen zal moeten volgen.

Trouwens, als je, door een combinatie van moed en heldendaden, van zweet en tranen en weet-ik-wat-nog-meer er met je team in geslaagd bent de schatten alle vier op te graven… dan ben je nog niet gewonnen.  De ultieme win-voorwaarde is immers dat je met je hele team (we laten niemand achter!), met de vier schatten (voor minder doen we het niet!) op de helikopterlandingsplaats-tegel geraakt én er iemand een helikoptervlucht-kaart speelt.  Dan volgt het eind-shot van onze film: een helikopter die wegvliegt tegen de ondergaande zon, terwijl onder je de laatste torenspits van het verboden eiland net onder de zeespiegel verdwijnt…

De meerwaarde:

Het is een coöperatief spel, wat maakt dat er behoorlijk wat interactie is tussen de spelers.  Je probeert samen tot de beste strategie te komen, wat soms leidt tot verhitte discussies – maar je moet er samen uitkomen.  Geen kans om iemand in de eilandraad van het eiland te stemmen.  Al zou dat nog een grappige variant zijn…

Wat dat betreft is het ook leuk dat het spel een hondstrouwe, maar ook zeer actieve fans heeft.  Daardoor zijn ondertussen al een heleboel variaties opgedoken, van nieuwe rollen tot andere lay-outs van het eiland.  Dit verhoogt de herspeelbaarheid natuurlijk enorm.

En dus:

… is de vraag die iedereen zich nog steeds stelt: het is wel degelijk een goed spel, maar heeft dit spel nu eigenlijk wel een bestaansreden naast ‘Pandemie’ of zou het best ergens in de diepzee belanden?

Het antwoord is absoluut.  Een reden tot bestaan bedoel ik dan hé, niet de diepzee.

Vreemd?  Niet echt.  Misschien heb je al wel door dat ik een liefhebber ben van originele bordspel-mechanismes en absoluut niet sta te springen om de zoveelste kloon van een populair bordspel, maar hier maak ik met plezier een uitzondering voor.  ‘Pandemie’ speelt immers elegant, strategisch en zorgt er voor dat je ongeveer anderhalf uur met de billen samengeknepen zit te spelen.  ‘Forbidden Island’ zorgt voor een ietswat andere ervaring: het speelt ruwer, harder en een pak sneller – en het zorgt er ook voor dat je hart zowat 200 keer vlugger slaat.  Na goed 30-40 minuten ben je blij dat het spel afgelopen is, of je zou kunnen afgevoerd worden met een oververhit hart.  Ter vergelijking: als ‘Pandemie’ een vloeiende, strategische karateslag zou zijn, netjes geplaatst tussen je tweede en je derde halswervel – dan is ‘Forbidden Island’ een kopstoot.  En wat voor één!

naam: ‘Verboden Eiland’
designer: Matt Leacock
uitgeverij: White Goblin Games
jaar: 2010
aantal spelers: 2 tot 4
tijd: 30 min

Een lange tijd uitgekeken naar deze…  Menig spelavond meegesleurd, maar door omstandigheden is het er nooit van gekomen om er echt aan te beginnen.  Damn you, Troyes, waarom moet jij zo lang duren?

Nu is het er uiteindelijk toch van gekomen…  Zelfs de fanatieke eurogamer in ons spellenkransje hebben we kunnen overtuigen met  het feit dat er toch wel drie eurocubes in het spel zijn én een scorelijn langs de rand van het spelbord – hoeveel meer euro kan je zijn, niet?  Tijd dus voor een diepgaande review van dit duikbootspel (Snap je hem?  Duikboot?  Diep?)

Het verhaal:

Wat krijg je als je een bende Gnomes met een chronisch alcoholprobleem de controle geeft over een nucleaire onderzeeboot?  Problemen!  En daar draait het ook om: kunnen jij en je mede-Gnomes voorkomen dat de ‘Red November’ finaal ten onder gaat?  Dan zal je moeten beginnen lopen.  Van hot naar her, van hier naar ginder en van het kastje naar de muur.  Om branden te blussen, water te hozen, machines te repareren, een Kraken te bevechten en de voorraad vodka leeg te plunderen…  Maar zal je tijd genoeg hebben voordat de reddingsploeg arriveert?

Het spel:

Zoals reeds gezegd moet je de duikboot proberen heel te houden tot hulp arriveert.  Die hulp zal arriveren binnen 60 minuten.  Maar ondertussen loopt er natuurlijk vanalles mis op de Red November, en elke gebeurtenis zorgt er voor dat je marker op één van de disaster tracks een stapje dichter bij Game Over komt.  De ‘Asphyxiation (verstikkings-)track’ stijgt bij elke vuurhaard, de ‘Heat (oververhittings-)track’ stijgt bij het malfunctioneren van de reactor en de Pressure (druk-)track verslechtert naar mate je dieper en dieper de oceaan induikt.  Gelukkig kan je het noodlot uitstellen door hier en daar in de duikboot klusjes te gaan opknappen…  De raketten tegenhouden, de reactor herstellen, branden blussen, water wegpompen, de zuurstofpompen onderhouden, de motor fixen of op de Kraken gaan jagen.  Elke actie (ook het verplaatsen door een ondergelopen duikboot) kost echter tijd, en dat is nu net iets wat je niet hebt!  Wil je bijvoorbeeld de reactor herstellen, dan moet je daar minuten insteken en hoe meer minuten je erin steekt, hoe meer kans je hebt om het klusje te laten slagen.  Dat aantal minuten ga je dan ook vooruit op de tijdsband en in die tijd kunnen er natuurlijk steeds nieuwe calamiteiten plaatsvinden!  Hoe meer tijd je nodig hebt om iets te laten slagen, hoe meer nieuwe gebeurtenissen er plaatsvinden…

Die nieuwe gebeurtenissen worden getrokken uit een kaartstapel.  Deze gebeurteniskaarten zijn bijna nooit goed, en eigenlijk altijd rotslecht.  Ze kunnen ondermeer nieuwe vuurhaarden, ondergelopen kajuiten, geblokkeerde deuren betekenen, of een Timed Event (de  Kraken, Overdruk, Missile Launch en Verstikking): in dit geval moet je binnen een bepaalde tijd een bepaalde taak uitvoeren of de Red November gaat eraan.  Gebeurtenissen komen in zo’n snel tempo en stapelen zich zo op, dat je al snel niet meer weet waar eerst te gaan helpen.  Een kamer met hoog water kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat als je de deur opendoet, jouw kamer ook onder water komt te staan, wat alle taken in die kamer weer bemoeilijkt.

When I was really, really drunk...

Is er dan geen enkel sprankeltje hoop?  Niets dat je kan helpen?  Tuurlijk wel (een beetje toch)!  Er zijn items die je helpen bepaalde taken gemakkelijker te maken, zoals de brandblusser of de koevoet.  En er is natuurlijk vodka (‘Grog’)!  Die zorgt er voor dat elke opdracht die je doet iets gemakkelijker wordt en je vrees voor bijvoorbeeld brandende kamers even opzij zet.  Natuurlijk is aan al dat gezuip een nadeel verbonden: na elke zuippartij volgt er een ‘Faint Check’ en als die mislukt, ga je voor 10 minuten tegen de vlakte.  En ben je even hulpeloos als een kameel in een duikboot…  Of zoiets… Overkom je echter alle moeilijkheden, en slaag je erin met je hele ploeg het einde van de tijdsband te bereiken, dan wacht je niet alleen een reddingsteam, maar uiteraard ook onmetelijke roem voor jou en je mede-Gnomes!

De meerwaarde:

Wat maakt het spel nu bijzonder?  Wel, ten eerste is er al het beurtensysteem.  Je komt niet om de beurt in wijzerzin in actie, maar de Gnome die als laatste op de tijdsband staat, die zijn beurt is het.  Dus het kan zijn dat iemand meerdere beurten achter elkaar heeft, eer hij de anderen op de tijdsband bijgehaald heeft…

En als je het nog niet doorhad, het is natuurlijk een ‘co-operative game’, waarbij je met z’n allen samen de strijd aangaat tegen de tijd/de rampen/het spel.  Dat maakt het altijd leuk, want je wint of verliest dus samen.  Spelers kunnen zich dus ook opofferen voor de goede zaak, zoals een brandende kamer binnenstormen om met je laatste krachten net de ontploffende raketten tegen te houden…  Ofwel win je, wat reden is tot een algemene feeststemming, ofwel verlies je, en dan kan je nog uren door discussiëren over waar en wanneer het nu precies mis is gelopen (en in dit spel is dat meestal bij ronde één!)  Maar er is ook een addertje onder het gras (of water, in dit geval), want iemand – en laten we hem/haar in dit geval even ‘de smeerlap’ noemen – kan ergens in de loop van het spel beslissen om eieren voor zijn geld te kiezen, de duikuitrusting te nemen en het schip te verlaten en de rest aan hun lot over te laten.  In dit geval speelt ‘de smeerlap’ de rest van dit spel niet meer mee, en gaat het spel gewoon verder met de overige Gnomes.  Gaan zij roemloos ten onder, dan wint onze verrader toch… maar slagen zij er toch in gered te worden, dan wordt de verrader uiteraard snel aan de schandpaal genageld en verliest hij het spel.

En dus…

Dit is echt wel mijn soort spel.  Een tikkeltje anders dan anders, grafisch erg mooi, en wanneer je het goed speelt, ook enorm veel sfeer en interactie…  Een hectische 60 minuten, maar onthou: hulp is onderweg!

naam: ‘Red November’
designer: Bruno Faidutti
uitgeverij: Fantasy Flight Games
jaar: 2011
aantal spelers: 1 tot 8
tijd: 60 min