Post Tagged ‘Friedemann Friese’

Nu het beurzenseizoen ten einde loopt en iedereen zijn oogst van Spiel, Spel, Ducosim en andere Nürnbergen heeft binnengehaald, vraag ik mij af hoe mensen tussen die honderden spelletjes er één uitkiezen om als eerste te spelen. Gaan ze af op de titel? Op de cover misschien? Moet het thema misschien speciaal aanspreken?

Als dat laatste het geval zou zijn, dan heeft Rio Grande Games met ‘Fürstenfeld’ (een spel van Friedemann Friese) alvast een hoofdvogel afgeschoten: het thema is immers… ‘bier’. Horden (veelal mannelijke) bordspelers wrijven zich nu al in de handen en zetten alvast een versgetapte pint klaar, want de combinatie bier + spel kan toch niet mislopen? Of wel soms?

Het verhaal:

Voor zij die hopen dat dit spel het regelmatig nuttigen van een glazen boterham vereist: jammer, maar helaas. Ik ben geen enkele biersoort tegengekomen tijden het spelen van ‘Fürstenfeld’ – de frisse Leffe die de gastheer mij schonk niet te na gesproken. Maar die zit niet bij het spel inbegrepen…

Jouw rol in dit spel is die van een typisch keuterboertje, die er van droomt op zijn bescheiden akker een eigen paleis te bouwen. Dat kost natuurlijk veel geld – en de enige manier om daaraan te geraken, is je zelfgeteelde groentjes aan de lokale brouwerijen te verkopen.

Maar pas op! Ook je keuterburen willen natuurlijk wel zo’n prachtig paleis in hun moestuin… Wie verkoopt eerst zijn producten en wie kan de hele grondstoffenmarkt laten crashen?

Het spel:

Allereerst even zeggen dat je het spel op twee manieren kan spelen: een basisversie (voor de beginnende keuterboeren onder ons – ik dus ook) en een expertenversie (voor de gemiddelde grootgrondbezitter-hereboer, die het gewoon is hele monopolies op zijn gewassen te hebben – ik dus absoluut niet). De review is dan ook vooral gebaseerd op mijn ervaringen met het basisspel, die ook wordt aangeraden om het spel te leren kennen.

Hoe werkt het spel nu? Wel, als klein boertje heb je de beschikking over een grond met zes veldjes (en dat is niet veel – in ‘Agricola’ heb je er vijftien). Op die zes veldjes kan je grondstoffen kweken – om later te verkopen voor geld. Of je kan er gebouwen zetten, die je helpen méér grondstoffen te kweken of méér geld te verdienen. Die gebouwen kosten natuurlijk ook weer geld…

De basis van het het spel zijn natuurlijk de grondstoffen. U herinnert zich uiteraard nog dat dit bordspel over ‘bier’ gaat? Het enige aspect waar je dat aan merkt zijn de drie dingen die je kan verbouwen: bronwater (hoe kweek je in godsnaam bronwater?), hop en gemout graan. Voor de liefhebber: volgens het oeroude ‘Reinheitsgebot’ (1516) waren dit de enige drie ingrediënten die bier mocht bevatten… Altijd al geweten dat een Kriek geen bier was!

Deze drie grondstoffen kweek je door akkers aan te leggen op je grond: deze produceren elke ronde één (afgebeelde) grondstof. Later kan je dit opwaarderen naar betere akkers die meer grondstoffen tegelijkertijd produceren. Elke ronde heb je dus een welbepaalde oogst van bronwater, hop en/of mout, en die ga je verkopen aan de plaatselijke brouwerijen.

En hier komt nu het mooiste aspect van ‘Fürstenfeld’ aan bod: de markt. Aan elke brouwerij is immers een willekeurige markt-kaart gekoppeld waarop staat hoeveel van elke grondstof deze brouwerij elke ronde wil aankopen. Elke speler moet in zijn beurt al zijn grondstoffen verkopen (bewaarmiddelen bestaan blijkbaar nog niet) én elke speler moet al zijn grondstoffen in één brouwerij verkopen. Je mag dus niet je water hier, je mout daar en je hop ginds verkopen – dat appreciëert de brouwerij blijkbaar niet erg. Wat is nu het geweldige? Als een speler meer van een bepaalde grondstof aan een brouwerij verkoopt dan er op de markt-kaart staan, dan zal de prijs onmiddellijk dalen – er is immers een overschot. Dikke pech voor de volgende speler: als hij in deze brouwerij wil verkopen zal hij een lagere prijs krijgen voor zijn producten. Het omgekeerde kan natuurlijk ook: als een speler minder van een bepaalde grondstof kan verkopen aan de brouwerij dan er op de markt-kaart staat, dan zal de prijs uiteraard stijgen – de vraag is groter dan het aanbod (voor zover ik het kon onthouden uit de les economie uit lang vervlogen tijden…)

Een prijsdaling is onmiddellijk, maar een prijsstijging zal echter pas gebeuren op het einde van een ronde, nadat alle spelers dus hun grondstoffen hebben verkocht. Daarom is dus ook de spelersvolgorde erg belangrijk: wie de volgende ronde eerst aan de beurt komt, zal dus kunnen profiteren van de hoogste verkoopsprijzen. Die volgorde wordt trouwens bepaald door het inkomen van de vorige ronde: wie het minst verdiende mag de volgende ronde eerst, enz… Er wordt dus wel degelijk aan de kleine man gedacht!

Nu heb je hopelijk wat geld bij elkaar gespaard, wat ga je er nu mee doen? Uitgeven, natuurlijk, en wel aan je boerderijtje. Elke ronde trekt elke speler ook drie kaarten. Deze kaarten kunnen akkers zijn (die extra grondstoffen opleveren), gebouwen (die voordelen bieden bij het verkopen, bouwen of oogsten) of stukjes paleis. Elke ronde mag je met je zuurverziende centjes maximaal twee gebouwen neerzetten op je grond. Natuurlijk zit je met de beperking dat je maar zes veldjes ter beschikking hebt. Hoe meer gebouwen je bouwt, hoe minder akkers – en dus grondstoffen – je kan leggen, en vice versa. Het is dus een permanent afwegen van wat je nodig hebt om verder in het spel te geraken… Gelukkig mag je eerder gebouwde euh… gebouwen ehm… overbouwen (over een zorgvuldig opgebouwde zin gesproken!)

Al deze gebouwen zitten in je deck, waar je elke ronde dus drie kaarten van trekt – maar je zal ook elke ronde heel je hand (op één kaart na) weer moeten afleggen, onderaan je trekstapel. Gebouwen/akkers/paleizen die je nodig hebt maar nog niet kan bouwens – wegens te duur – verdwijnen dus weer onderaan, en je zal weer een tijdje moeten wachten eer je ze weer tegenkomt.

En die zoektocht naar de beste strategie wordt nog moeilijker gemaakt, want uiteindelijk zal je alle op alle zes de veldjes van je boerderij een stukje van je paleis moeten bouwen. De speler die daar als eerste in slaagt, wint immers het spel. Een paleisstukje produceert echter niets, en levert ook geen andere voordelen op. Hoe meer stukjes paleis je dus bouwt, hoe kleiner je oogst, en hoe lager je inkomen dus wordt. Het enige wat niet daalt, is de prijs van een stukje paleis, want dat wordt hoe langer het spel duurt enkel maar duurder…

De uitdaging van het spel is dus het juiste moment kiezen om over te schakelen van eenvoudige keuterboer naar megalomane paleizenbouwer. Ben je immers te vroeg, das riskeer je zonder geld te vallen om nog extra stukjes paleis te kopen – en ben je te laat, dan zal je elk stukje van je paleis wel erg duur moeten betalen.

O ja, nog voor de liefhebbers: de expertenversie introduceert een extra mechanisme – deck-unbuilding, zoals Friedemann Friese het noemt.  Je trekstapel onder controle houden en zelfs ontmantelen wordt dus een erg belangrijk aspect.  Je zal immers ook weer je paleis moeten opbouwen, maar nu in de juiste volgorde – van stukje 1 tot 6.  Je kaarten in de juiste volgorde wegsteken – en onthouden – helpt je dan al heel wat op weg.  Net als enkele extra kaarten die onnodige kaarten uit je trekstapel kunnen dumpen – zodat de echt noodzakelijke kaarten sneller terugkomen.  En dus weer extra keuzes om rekening mee te houden….

De meerwaarde:

Het spel is een gezonde mix van zeer bekende mechanismes (bij menig bordspel-liefhebber zal er al wel een ‘Agricola’-belletje of een ‘Puerto Rico’-belletje gerinkeld hebben) en een, naar mijn gevoel, zeer innovatief én intuïtief marktmechanisme. Het spel doet je voortdurend twijfelen wat nu te doen. Verkopen of juist niet, en een betere startpositie verdienen. Bouwen of sparen, en als je bouwt, waar zet je het gebouw dan neer? Welke kaart hou ik bij, welke smijt ik onderaan de stapel? En is nu de moment om over te schakelen naar paleizenbouwer? Of nog even wachten? Of nu misschien? Nu dan? Aaaargh!

Die keuze van het omschakelmoment kan het spel ook wel maken of kraken. Start je te vroeg/ te laat, dan kan je eindspel nog wel eens lang uitlopen – en een sleur worden eer je weer genoeg geld bijeenhebt voor een volgende stukje paleis. Waarna je nog langer moet wachten voor weer een volgende stukje… En dat duurt en dat duurt en dat duurt…

En dus:

In de grote euro-familie – en met verre familie als Agricola en Puerto Rico – is ‘Fürstenfeld’ eerder een lichtgewichtje. Dit is echter niet negatief bedoeld, want dit zorgt ervoor dat het spel – als alles volgens plan verloopt – best wel vlot speelt. Het aantal mechanismes is immers beperkt – kweken, verkopen, bouwen – maar het aantal keuzes die zullen moet gemaakt worden is omgekeerd evenredig! ‘Fürstenfeld’ bevat daardoor net genoeg uitdaging om door de doorwinterde eurogamer niet als tussendoortje beschouwd te worden, maar slaagt er in zijn eenvoud wel in om voor de eenvoudige boerenzielen in het bordspelwereldje (mezelf incluis) tot op het einde spannend en leuk te blijven.

Friedemann Friese is er dus (weer – ja, ok, ik ben een fan!) in geslaagd om voor dit spel uit het juiste vaatje te tappen. Een stevig gegist spel, maar met een vlotte afdronk. En het grootste voordeel van al: de volgende morgen geen last van een kater gehad!

naam: ‘Fürstenfeld’
designer: Friedemann Friese
uitgeverij: Rio Grande Games
jaar: 2010
aantal spelers: 2 tot 5
tijd: 60 min

Voor de speler die meer verliest dan wint (zoals ik), is er maar één optie: coöperatieve spelen.  Als er dan iemand wint, dan wint ook ineens iedereen.  En als je verliest, dan verliest iedereen en is er tenminste niemand die je de hele avond op hoongelach trakteert.  Maar het kan natuurlijk ook gebeuren dat de andere spelers in je spelerkransje dit zo beu worden dat ze niet meer met je samen willen spelen, en je – zoals gewoonlijk – weer een pak slaag geven in het volgende spelletje ‘Dominion’.

Voor deze mensen, maar ook voor mensen met vrienden die een licht panische blik in de ogen krijgen bij het horen van het woord ‘bordspel’ – “Een bordspel?  Zoiets waarbij je regels moet lezen?  Huiver…” – is er nu ook een andere optie: het solo-bordspel.

Er bestaan al langer spelen die je ook alleen kan spelen (‘Agricola’, ‘Le Havre’ en de meeste coöperatieve spelen zoals ‘Pandemie’, etc…), maar dikwijls zijn dat eerder flauwe afkooksels van het echte spel en gewoon veel leuker als je ze met meer speelt.  De laatste tijd duiken er echter steeds meer spelen op die echt bedoeld zijn om alleen te spelen.  ‘Onirim’ is zo’n onbekend pareltje (waarover een andere keer meer), maar waarover ik het vandaag wil hebben is ‘Vrijdag’ (of ‘Freitag’ of ‘Friday’ – ze zijn dit keer nogal vrij nauwkeurig geweest met hun vertalingen), een spelletje van de illustere ontwerpen Friedemann Friese…

Ik hoef voor één keer niet te wachten op voldoende vrienden om het spel eens te testen, dat is al een voordeel.  Eens benieuwd wie dit solo-avontuur gaat winnen!  En dus: de review!

Het verhaal:

Voor zover u dit mocht denken, het spel gaat niet over die ene dag in de week waar menig werknemer en student reikhalzend naar uitkijkt, nee.  Het spel gaat over de metgezel/knecht van Robinson Crusoë, uit het boek van Daniel Defoe, die – in een vlaag van opperste inspiratie – door Robinson genoemd werd naar de dag dat hij hem ontmoet had.  Vrijdag, dus.

Voor de mensen die een chronische allergie hebben aan bombastische literatuur (begin maar eens aan de officiële titel: “The Life and Strange Surprising Adventures of Robinson Crusoe of York, Mariner: who lived Eight and Twenty Years, all alone in an uninhabited Island on the coast of America, near the Mouth of the Great River of Oroonoque; Having been cast on Shore by Shipwreck, wherein all the Men perished but himself. With An Account how he was at last as strangely deliver’d by Pirates. Written by Himself”), een korte en licht bijgestuurde samenvatting…

Stel je eens voor dat je onbezonnen op het strand van je eigen privé-eilandje ligt, cocktail in de ene hand, iets licht verteerbaar in de andere.  De lucht is blauw, de temperatuur perfect en de zee kabbelt je zachtjes in slaap…  Tot daar plots op een zee-onwaardig vlot plots een lallende Engelsman opduikt, je eiland inpikt, jou in één ruk zijn persoonlijke knecht maakt, ook maar ineens tot het christendom bekeert en je – godbetert – ‘Vrijdag’ noemt…  Hoe zou jij dan reageren?  Juist ja,…  Hoe krijg ik dat sujet zo snel mogelijk weer terug naar Engeland!  En daar begint jouw avontuur…

Het spel:

Jer gaat dus proberen Robinson op het eerste het beste passerende piratenschip te krijgen.  Als je dat lukt, keert de rust weer op je eilandje en heb je dus het spel gewonnen.  Maar eerst zal je er wel moeten voor zorgen dat Robinson lang genoeg overleeft op het eiland…

‘Vrijdag’ gebruikt een interessant deck-building systeem.  Je probeert met je ‘Fighting’-kaarten de ‘Hazard’-kaarten te verslaan.  Deze ‘Hazard’-kaarten worden dan 180° gedraaid en worden nieuwe, betere ‘Fighting’-kaarten voor in je deck.  Je doet dat als volgt: elke beurt mag je twee ‘Hazard’-kaarten trekken.  Je kiest er één uit, en legt die voor je neer.  Deze kaart zal je vertellen hoeveel gratis ‘Fighting’-kaarten je mag trekken en wat hun gecombineerde kracht moet zijn om de ‘Hazard’ te verslaan.

'fighting'-kaart, 'aging'-kaart, 'hazard'-kaart en piratenkaart (uit de Duitse versie...)

Het probleem is nu dat Robinson erg zwak begint – de waarden op zijn startkaarten zijn voornamelijk 0’en en -1’tjes.  Zo geraak je natuurlijk niet ver.  Je zal die dus moeten proberen uit je deck te krijgen.  Dat kan je door – express – van een ‘Hazard’-kaart te verliezen, en in ruil voor levenspunten kan je zo telkens de slechte ‘Fighting’-kaarten uit je deck wieden.  De filosofie hierachter: Robinson heeft uit zijn nederlaag ‘iets geleerd’…  Nu is je voorraad levenspunten ook niet onuitputtelijk, dus zal je goed moeten kiezen wanneer je dit toepast.  En je wilt je deck ook niet te dun maken, want elke keer als je door je ‘Fighting’-kaarten heen bent, moet je een ‘Aging’-kaart aan je deck toevoegen – je wordt er op dat eiland tenslotte ook niet jonger op.  En deze ‘Aging’-kaarten zijn pas echt vervelend, en veel moeilijker om kwijt te spelen.

Elke keer als je door de volledige stapel ‘Hazards’ bent, begint een nieuwe ronde.  De overgebleven ‘Hazard’-kaarten (die je niet gekozen hebt of niet verslaan) worden opnieuw geschud en je begint weer van voor af aan.  Alleen zijn de ‘Hazards’ nu, in ronde twee, weer een pak moeilijker geworden om te verslaan.  En ze worden nog een pak moeilijker in ronde drie!

Slaag je er echter in om de drie rondes te overleven (kannibalen, wilde dieren, hongersnood, dorst, eenzaamheid, dopingcontroles en andere  lastigheden), dan mag je het, om de beurt, opnemen tegen twee piratenschepen.  Waarom het er twee zijn, weet ik niet echt.  Misschien heeft Robinson wel een omvangrijke collectie kokosnoten aangelegd die hij niet wil achterlaten, of zo…?  In ieder geval, eens je met je ‘Fighting’-kaarten ook de twee schepen hebt overmeesterd, kan je eindelijk wegzeilen richting een veilige haven…

De meerwaarde:

Vanaf de eerste kaart word je helemaal meegezogen in het spel en druipt de spanning eraf.  Elke beslissing die je neemt is immers belangrijk!  Kies ik voor deze of die andere ‘Hazard’-kaart?  Win ik of verlies ik dit gevecht?  Speel ik nog een spelletje of ga ik eindelijk maar eens slapen?

Dat op zich maakt het spel natuurlijk al heel bijzonder, en ook helemaal niet makkelijk.  Ik heb het spel nu al een aantal keer gespeeld en… nog nooit gewonnen.  Dat ligt waarschijnlijk aan mijn erbarmlijke speelkwaliteiten, maar toch probeer ik elke keer weer opnieuw, want nu gaat het lukken!   En daarboven blijf ik het leuk vinden, al kan dat ook een masochistisch trekje zijn.

En dus: 

Friedemann Friese  is er weer in geslaagd om een bordspel te maken dat helemaal doordrongen is van het thema en het verhaal, zonder te vergeten er een goed spel van te maken.  ‘Vrijdag’ werkt met een mechanisme dat ik nog niet eerder heb gezien en lijkt erg ingewikkeld, maar speelt na één keer oefenen supervlot.  En omdat het maar 20 minuten duurt, kan je het meerdere keren na elkaar spelen tijdens je lunchpauze (als je alleen werkt natuurlijk, beetje asociaal anders…).

Het ideale spel dus om bij je te hebben als je weer eens bent aangespoeld op een onbewoond eiland!

naam: ‘Vrijdag’
designer: Friedemann Friese
uitgeverij: 999 Games
jaar: 2011
aantal spelers: 1
tijd: 25 min

In de gewaardeerde samenwerking met onze filler-fanaat, Ief (www.discardthiscard.tk)

Ief: Pieter-jan beste kerel, lang geleden. Hoe gaat het met je?

Peke: Maar minnetjes, Ief-Jan, beste kerel…  Deze week maar twee nieuwe fabriekjes gekocht. Ik heb het rustig aan gedaan.  En jij, hoe heb jij deze week de crisis een loer gedraaid?

Ief: Twee fabriekjes maar, kerel, brengen ze iets op? O ja, by the way… dat Platenfirmaatje van jou heb ik opgekocht. Je krijgt er een schattig Bakkerijtje voor in de plaats.

Peke: Werkelijk?  Goed zo, beste kerel!  Dat zal mooi staan naast mijn Slagerijtje en mijn Melkfabriekje.  Dringend nog eens wat bouwgrondjes opkopen om mijn fabriekjes van volgende week op te zetten…  Trouwens, hoe is het nog afgelopen met die staking in die Zagerij van jou?

Ief: Geen probleem man, er is maar 1 manier om die handel de kop in te drukken. Alle 2000 man gewoon op straat gezet. Gewoon heel de handel weg gedaan. Ik heb in de plaats een nieuwe gekocht. Iets duurder wel, maar het brengt teminste wat op. Zeg P.J. dat kleine jachtje van jou… Ligt het al te roesten in de haven? 

Peke: Tuurlijk, man.  Maar dat is toch gewoon geen probleem!  Even ervoor gezorgd dat verroeste jachten weer hip zijn en hopla!  Verdubbeld in waarde!

Ief: Wacht eens even P.J. Jij bent bijna binnen, even mijn connecties bij de bank verwittigen dat ze jou rekeningen bevriezen.

Ziehier, mijn beste Forbes-aanhangers. De essentie van ‘Friesematenten’, een ver neefje van ‘Funkenschlag’/’Hoogspanning’.  Deze snelle filler biedt duidelijk alles om de financiële crisis even te vergeten.  Maar is alles in dit spel wel risicoloze rozegeur en monetaire maneschijn?

Het verhaal:

Stel u zich voor dat u aan tafel in de Lions Club zit. Er wordt gepronkt met dure horloges, gestoeft over immobiliën. Maar er sluimert nijd en jaloezie aan tafel. Om voor eens en altijd uit te maken wie nu het rijkst is word een wedstrijd georganiseerd. Wie het eerst 40…  40 wat eigenlijk?  Veertig waar het om draait in het leven van de zakenman, natuurlijk!  Status!  Geld!  Macht!  Vrouwen!  Graden aan de Cote d’Azur!   En daar moet je er dus 40 van halen…

Het spel:

Gemakkelijkshalve zijn die veertig dingen (waar het om draait in het… u weet het wel) in dit spel voorgesteld door overwinningspunten.  En om die te behalen mogen (zoals in het echte zakenleven) alle smerige trukjes bovengehaald worden. Je kan ervoor zorgen dat je concurrenten minder geld ontvangen, er een staking uitbreekt of dat ze gewoon een fabriek kwijt raken.

Maar je hoeft de andere niet te pesten – al blijft het natuurlijk steeds leuk om het gezicht van je concurrenten te zien wanneer jij jouw goedkoopste fabriekje ruilt tegen hun duurste.  Maar je kan ook gewoon je eigen imperium uitbouwen – al dan niet met vuile trukjes, ja.  De waarde van je fabrieken verdubbelen, kortingskaarten om iets te kopen…  Of je gewoon concentreren op de nutteloze prullaria waar het rijke volkje graag te koop mee loopt…  Een dure horloge, een diamanten tiara, een sportwagen, grootgrondbezit, gouden fabrieken, een haarlok van Elvis,… de gewone dingen des levens, dus.  Die leveren natuurlijk ook overwinningspunten op.

Er zijn dus 4 soorten kaarten. Fabrieken worden vooral gebruikt om geld te verkrijgen.  Spelers mogen niet meer dan 3 fabrieken bezitten (‘Funkenschlag’/’Hoogspanning’, weet je nog?)  Prestigekaarten zijn dan weer – zoals de naam het al zegt – de grootste bron van punten, maar leveren geen geld op.  Deze kunnen gaan van een platencollectie tot de bal uit de finale van het Wereldkampioenschap ’74 (het blijft een Duits spel…). (Be)Invloedkaarten worden dan weer aan andere kaarten of bij personen gelegd.  Eigenlijk vooral positieve dingen voor jezelf.  En tenslotte zijn er nog de kaarten voor de pestkop in ieder van ons.  Maar in het harde zakenleven kan je niet overleven zonder je concurrenten af en toe te grazen te nemen.  Hiervoor dienen de Aktiekaarten.  Deze kunnen op vastgestelde momenten in het spel gespeeld worden en dienen dus vooral om tegen te werken.  Fabrieken saboteren, geld aftroggelen, inkomsten van de tegenstander verminderen…  Kortom, de betere trukjes uit de business-wereld.

Zo, hebben we nu alle kaarten besproken?  En hoe kunnen we deze nu aanwenden om zoveel mogelijk geld en overwinningspunten binnen te halen?

Steeds als de markt aangevuld wordt, kan een ronde echt beginnen.  Eerst mag je dan je tegenstander al wat murw proberen te krijgen met het spelen van Aktiekaarten en/of Invloedkaarten, zodat je ze precies hebt waar je ze hebben wilt, voor het echt zware werk begint (zonder geld, zonder plaats, zonder taktiek of inspiratie…)  Dan begint het echte werk: de kaarten in de markt worden te koop aangeboden.  Iedere grootgeldbezitter (of kleingeldbezitter, wat dat betreft…) mag bieden op de kaarten in de markt, om de beurt en kaart voor kaart.  Spelers bieden tegen elkaar op, tot er één overblijft.  Deze wint de kaart en mag die onmiddellijk spelen.  Een Fabriekskaart mag afgelegd worden (als er plaats is – anders moet er een oude fabriek afgebroken worden om plaats te maken), hetzelfde geld voor een Prestigekaart, deze wordt aan de rechterkant van je fabrieken gelegd.  Een Aktiekaart en/of Invloedkaart mag indien mogelijk onmiddellijk gespeeld worden, maar als je ze voor later wilt bewaren, wordt ze aan de linkerkant van je fabrieken gelegd.

Elke beurt komen dus deze 4 fasen aan bod:

  • Restock: De markt wordt aangevuld tot er precies 3 kaarten meer liggen dan er spelers zijn.
  • Aktie- & Invloedkaarten spelen: iedere speler mag aktie en invloedkaarten spelen zoveel hij wil.
  • Auction: De verschillende kaarten worden geveild.  Hij/zij die de laatste kaart heeft gewonnen begint steeds een nieuwe veiling.
  • Inkomsten: Ka-tsjing!  Ieder krijgt £30 basisinkomen + de som van de productiewaarden van zijn fabrieken.

En een nieuwe ronde begint!  Als iemand 40 overwinningspunten heeft na de veilingsronde of de trekstapel is voor een tweede keer uitgeput dan is het spel afgelopen.

De meerwaarde: 

Als je houdt van de auction-fase uit Funkenschlag/Hoogspanning, maar dan met een zeer humoristische inslag, of als je die zogezegde economische crisis nu eens even onder de mat wil vegen, dan is dit iets voor jou.  Nu kan je zelf de financiele beurs-tycoon zijn en je tegenstander volledig bankroet spelen.  Take that, crisis!

En dus… 

‘Friesematenten’ is weer zo’n een leuk en luchtig vullertje om een spelavond op te starten of af te sluiten.  De kaarten zijn leuk vormgegeven en na 5 minuten uitleg kan je er zo aan beginnen (our kind of games!).  Om met de woorden van Ief, onze filler-fan af te sluiten: “Friedemann Friesse heeft bij deze niet echt een hoofdvogel afgeschoten maar toch een serieus pimpelmeesje!”

Enige nadeel is dat het voorlopig enkel in het Duits is te vinden.  Ofwel paste-ups gebruiken of gewoon even je beste Deutsch bovenhalen…  Jawohl, ganz toll!

naam: ‘Friesematenten’
designer: Friedemann Friese
uitgeverij: Amigo
jaar: 2010
aantal spelers: 2 tot 4
tijd: 45 min