Post Tagged ‘Minion Games’

Af en toe mag ik gewoon zeggen dat ik weer eens dikke chance heb. Uitgeverijen sturen me wel eens iets op om te spelen, waarbij in ruil dan een al dan niet kundig oordeel verwacht wordt. Dit alles in het kader van de promotie van het desbetreffende gezelschapspel uiteraard… maar ik een nieuw spel, zij (meestal) wat positieve reclame – iedereen tevreden.

In deze tijden van Kickstarter en andere modegrillen daagt er echter een nieuwe trend op: de promotie moet gevoerd worden nog voor het spel beschikbaar is. Zodat mensen het project leren kennen, financieel ondersteunen zodat het ten lange leste dan toch gemaakt kan worden. Nu ga ik niet vaak een uitdaging uit de weg, maar een bordspel spelen en beoordelen zonder het effectieve bord, kaarten, pionnetjes of wat dan ook, lijkt ook mij een moeilijke opdracht.

Gelukkig zijn ook de uitgeverijen niet meer van gisteren. Zo kreeg ik overlaatst van Minion Games een email met daarbij wat bijlagen, wat even later de Print&Play-versie van het spel Tahiti bleek te zijn: een bordspel dat ze, crowdfunding-gewijs, willen realiseren.

Of het spel de moeite waard is, daarop zal u nog even moeten wachten. Want voor er gespeeld en geoordeeld kan worden, zullen eerst de handen uit de mouwen moeten gestoken worden! Enig studeerwerk later blijkt het spel te bestaan uit:

  • 21 zeshoekige eilandtegels,
  • 4 player boards,
  • 15 schaarste-tokens,
  • 7 geheime opdrachtkaartjes,
  • wat eurocubes in 5 verschillende kleuren en een bijbehorend zakje,
  • en tenslotte 1 bootje per spelerkleur en een grote pion die een plaatselijke godin, Haumea, moet voorstellen…

Nog even de spelregels (gelukkig meegeleverd!) doornemen om te zien hoe het spel precies in elkaar zit, en we kunnen eraan beginnen.

Ik heb het gevoel dat dit spel het wel waard is om wat werk in te steken. Dus geen gepruts met de printer thuis, maar laten we de plaatselijke kleinhandel maar eens steunen. De pdf-files laat ik in de de printshop afdrukken (foto 1) op stevig papier (250 gr/m²). Ook wil ik zeker de tegels en de player boards wat stevigheid meegeven. Uit vorige projectjes heb ik geleerd dat foamboard (a.k.a. maquettekarton) uiterst werkbaar is, dus deze werkwijze passen we weer toe. De prints worden wat bijgesneden (om geen plaats te verspillen – foto 2) en gelijmd op het zwarte foamboard. Onze goede vriend de lijmspray zorgt hierbij weer voor een (letterlijk) vlekkeloos en kliedervrij resultaat (foto 3).

Eens gelijmd werpen we wat gewicht in de schaal: met wat kookboeken erop (foto 4) laten we ons werk even rusten, zodat alles zich stevig aan elkaar kan hechten.

Ondertussen kunnen we ook al aan de geheime-opdracht-kaartjes beginnen. Geen foamboard deze keer, maar om ook hier een zekere sterkte te voorzien heb ik de kaartjes niet rectoverso op één vel afgedrukt, maar op twee aparte vellen: uitsnijden en aan elkaar lijmen en mogen hier spreken van een whooping 500 gr/m². Er bestaan bunkers die minder stevig zijn gebouwd. Nog even de corner puncher langs de hoekjes laten gaan voor de afwerking (foto 5).

De kookboeken mogen we onderhand ook bedanken voor bewezen diensten en met een scherp mesje kunnen we nu alle tegels en speelborden uitsnijden. Een groot voordeel van foamboard: je snijdt erdoor als boter (foto 6).

De player boards, geheime opdrachtkaarten en de eilandtegels zijn klaar (foto 7). Nu enkel nog de schaarste-tokens en wat losse onderdelen… Om de tokens toch wat professionaliteit mee te geven, schaal ik de prints tot ze even groot zijn als een aantal oude, ronde Ravensburger-fiches. Lijmen, bijsnijden en klaar (foto 8)!

Met de houten cubes en boten had ik iets meer problemen. Roze kubussen en paarse boten zijn nu eenmaal – verbaast het  u? – eerder zeldzaam in het borspelwereldje, maar gelukkig zijn er sites als spielmaterial die, tegen een kleine vergoeding uiteraard, de juiste onderdelen toesturen (foto 9). Mijn oude knikkerzakje nog even terug opduikelen en dan zijn we ook hier weer volledig.

En daarmee hebben we alles. Een goede doos moet nog gevonden worden, maar dat kan alvast de pret niet drukken. Nu alles afgewerkt is, staan mijn koffers alvast klaar voor een enkele reis richting tropen. Of het spel ook daadwerkelijk leuk is, zal nog moeten blijken – maar als de speelpret recht evenredig met het uizicht dan kan er alvast niks meer mislopen!

Iedere zichzelf respecterende bordspelfanaat houdt wel van een spelletje waarbij je eens je hersenen moet gebruiken. Spelletjes dus waarbij de geluksfactor te verwaarlozen is, en strategie en tactiek verplichte kost zijn. Een belangrijke exponent van dat genre spelletjes zijn de worker-placement games, waarbij spellen als ‘Agricola’, ‘Caylus’ en ‘Stone Age’ gevestigde waarden zijn. Win je ooit één van deze spelletjes, dan mag je daar al eens mee uitpakken… Kan een spel met een licht ontplofbare titel als ‘The Manhattan Project’, dat qua genre in dezelfde vijver vist, zijn plaats opeisen tussen deze grote drie?

Het verhaal:

De Verenigde Staten van Amerika, in het begin van de  Koude Oorlog. Ergens in een woestijn zijn verschillende groepjes geleerden met bommetjes aan het spelen. Competitief als geleerden zijn, besluiten ze er een wedstrijd van te maken: wie kan in zijn basis de grootste bom maken?

Dit is natuurlijk niet helemaal historisch correct wat het Manhattanproject betreft, maar de rest van het spel is dat wel! Geleerden en ingenieurs werken aan een hels tempo om zoveel mogelijk fondsen en grondstoffen te verzamelen en hiermee de meest afschrikwekkende massavernietigingswapens ter wereld te maken. Uiteraard gaat alles niet vanzelf: bombardementen op je werkplaatsen blijken meer regel dan uitzondering en je fabrieken zijn dan nog eens vergeven van de spionnen!

Het spel:

De meeste mensen kennen worker-placement games wel: je plaatst een boer op een bakkerij en met wat steen en hout bak je een brood. Dat gebruik je dan weer om een huisje te bouwen dat op wonderbaarlijke wijze erts in schapen en geld omzet. Dit alles bescherm je met wat wachters en zo krijg je heel veel overwinningspunten. Fundamenteel werken al deze spellen volgens hetzelfde principe, en ‘The Manhattan Project’ is hierop geen uitzondering. In plaats van boeren en schapenkwekers werk je met ingenieurs en wetenschappers. Hout, erts, wol en steen zijn niet de grondstoffen van dienst, maar wel geld, yellowcake, uranium en plutonium. En tenslotte bouw je niet een economie of een middeleeuwse stad, maar de grootste en gemeenste bom mogelijk!

Gelukkig zijn er ook verschillen: waar je bij andere titels je werklui plaatst en verplaatst naar believen, gelden er bij ‘The Manhattan Project’ ander regels. Ten eerste begin met slechts vier werkmannen en zal je dus extra, gespecialiseerde, werkkrachten moeten bijverdienen. Elke werkkracht die je trouwens op het bord plaatst, moet daar blijven liggen – wat er dus voor zorgt dat je, wanneer je door je werkvolk heen bent, een hele ronde moet opofferen om iedereen terug te verzamelen. Dit houdt in dat je dus bepaalde acties kan blokkeren, maar ook dat je soms werkplaatsen – verplicht – weer vrij moet maken. Je kan je werklui op verschillende manieren aan het werk zetten.  Je hebt hebt de werkplaatsen op het centrale bord die je kan gebruiken, maar je kan ook gebouwen kopen op een persoonlijk onderzoekscentrum op te richten. In die gebouwen kan je de basis leggen voor je bommen: geld verdienen of yellowcake (een soort erts) opgraven.  Dit laatste kan je in reactoren en verrijkingsinstallaties dan weer omzetten in plutonium en uranium, de brandstof die je nodig hebt om je bommen te kunnen bouwen. Er zijn ook nog enkele andere acties: je kan je fabrieken ook gebruiken om fighters en bombers te bouwen, waarmee je andermans gebouwen in puin kan leggen en je kan ook dankzij spionage jouw werkvolk in je tegenspelers fabrieken aan het werk zetten, zodat jij met de opbrengst kunt gaan lopen. Tenslotte kan je nog technische plannen voor de bommen ontwikkelen, zodat je ze, met genoeg brandstof en het juiste werkvolk, ook effectief kan bouwen. Plutonium-bommen zijn goedkoop maar leveren pas veel overwinningspunten op nadat je er één hebt opgeofferd voor een test, en uranium-bommen leveren dan weer onmiddellijk veel overwinningspunten op, maar zijn veel duurder om te bouwen.

De eerste speler die een vooraf bepaald aantal overwinningspunten (afhankelijk van het aantal spelers) behaalt, wint het spel.

De meerwaarde:

Tot hiertoe zou je kunnen spreken van een zoveelste kloon van Agricola, maar dit spel biedt meer. Veel worker-placement games lijden immers aan het syndroom van solo multiplayer, wat gewoon betekent dat ieder zijn eigen ding doet, zonder dat het nodig is dat je let op wat de ander aan het uitspoken is. Met andere woorden: er is nogal weinig interactie. Niets van dit alles bij ‘The Manhattan Project’, waar conflict één van de sleutelwoorden is. Er zijn immers zoveel verschillende manieren om de ander dwars te zitten dat je vaak niet weet waar eerst te beginnen!  Stuur je je spionnen uit om je tegenspelers fabrieken te bezetten en te plunderen of laat je gewoon je bombers het hele zaakje platgooien? Even eenvoudig kan je met je werkvolk belangrijke plekken op het spelbord blokkeren zodat de anderen er geen gebruik van kunnen maken – tot je ze moet terugroepen natuurlijk.

Het spel kan zich dus voldoende onderscheiden op het gebied van gameplay, maar doet dat nog meer op grafisch en thematisch vlak. Zelden een spel gezien dat dat zo origineel, duidelijk en gewoon goed uit de hoek komt. Van het spelbord dat meer weg heeft van een wanordelijke bureau tot het materiaal:  de kartonnen onderdelen zijn immers zo dik dat ze wel eens een nucleaire aanval zouden kunnen weerstaan. Alles aan het spel schreeuwt “Speel mij!”, en dat is nog eens leuk ook.

En dus:

Om het met de (licht aangepaste) woorden van professor Robert Oppenheimer, na de eerste succesvolle test met een atoombom, te zeggen: “Now I’ve become Death, destroyer of friendships…” Conflict en interactie wordt immers op een heel elegante wijze doorheen het spel verweven. Je gebruikt je werklui niet alleen voor eigen gewin, maar ook om de ander dwars te zitten. Dat alleen al zorgt voor een hoogst interessant mechanisme en in combinatie met het originele thema en uitnodigende grafisch werk kunnen we hier spreken van een bom vaneen spel. Letterlijk én figuurlijk!

naam: ‘The Manhattan Project’
designer: Brandon Tibbets
uitgeverij: Minion Games
jaar: 2012
aantal spelers: 2 tot 5
tijd: 120 min